Hoe lang kan je het volhouden, dat principe? Als iets werkt, moet je er af blijven. Heel erg vooruitstrevend is dat niet als een computerprogrammeur zoiets zegt, maar ik hou het al mijn hele professionele leven vol. Ik gaf die raad ook altijd bij klanten toen klantenondersteuning nog in mijn takenpakket zat.
Ik doe dat dus al 12 jaar met één welbepaalde PC uit mijn "collectie". Het is de allereerste computer die ik kocht toen ik mijn bvba startte. Ik weet niet meer hoe dat kwam, maar ik herinner me het moment. De boekhouder had me na minder dan één jaar als zelfstandige aangeraden om een bvba op te richten. Zo zou ik immers een pak minder belastingen betalen. Zijn berekening spuwde een bedrag uit dat exact zei vanaf welke jaaromzet dat zinnig was. En daar zat ik toen nog vóór ik mijn eerste boekjaar afsloot behoorlijk boven.
Ik kan me zo voorstellen dat dat voor mij reden genoeg was om meteen een nieuwe laptop te kopen. En die werkt dus nog steeds tot op de dag van vandaag. Correctie! Tot gisteren. Al enkele weken haperde mijn mail en ik wist niet waarom. Na heel wat geknoei en ge-Google stel ik vast dat dat ene grote bestand dat al mijn mails bevat dus kapot is. Ik kan het niet meer kopiëren omdat blijkbaar de helft van de harde schijf niets meer doet. Ergens had een belletje moeten rinkelen toen er twee weken geleden plots verscheen dat die schijf nog 48% vol was. En dat was tot dan toe meestal 99% en erger.
Het lang verhaal moet nu korter. Ik hou dus al 12 jaar op één enkele PC al mijn mails bij. Nu moet ik uit Outlook de mails redden die ik kan redden. Dat schijnt alleen nog te gaan door ze per 100 of 200 te selecteren en kopiëren naar een nieuwe map. Dat wil zeggen dat ik meer dan 50000 mails manueel mocht kopiëren. Nu komen ze terecht op een andere PC in één map: postvak in vanaf het jaar 2001 tot vandaag.
En dat is vreselijk akelig. Bij het kopiëren van de mails kan je niet anders dan soms er eens eentje uit te pikken. En wat ik heb gelezen is niet mooi. Vanaf het begin zijn er bitsige mails heen en weer naar mij en mijn toenmalige compagnon/baas. Klanten zijn niet beleefd, maar mijn antwoorden ook niet. De taal is netjes maar de toon vaak arrogant. Ik heb altijd die neiging gehad om op die manier te antwoorden als de vraag niet zo beleefd was. Ik ben er zelfs van overtuigd dat die klanten slechte ondersteuning kregen van mij, want technische details opzoeken na een mail die me niet beviel deed ik niet. Ik kroop meteen achter de PC om die lastigaard een beleefd maar kordaat antwoord te geven.
In 2008 verandert de toon. Ik antwoord ook veel sneller. Ik krijg berichten van klanten die euforisch zijn na de presentatie van onze nieuwe software. De toon van mijn collega/baas is ook vaak anders.
Januari 2008 is mijn eerste nuchtere maand en dat zie ik nu duidelijk in de berichten. Veel contact met klanten had ik niet meer, want die taak was overgenomen door Maarten. Maar je ziet dat alles luchtiger was en er veel meer optimisme uitstraalde.
De berichten van Maarten zijn trouwens wel een constante, vanaf 2001 al. Hij is altijd rustig en vaak zit er een kwinkslag in de communicatie. Dringende vragen stelt ie door te vragen: kan je dat eens op de todo-lijst plaatsen? Het andere kanaal gebruikte enkel uitroeptekens en rode kleuren in de HTML mail.
Het is confronterend om te zien hoe ik was. Vaak wil ik die pagina uitwissen maar dat kan je niet. De mails blijven nu zitten op een nieuwe computer die misschien weer 10 jaar meegaat. Ik ben benieuwd hoe ik er dan op terugkijk.
Eén ding staat vast: wat ik vanaf nu schrijf is wél echt. Wellicht word ik nog boos en als het moet zal er nog een kordaat antwoord komen. Maar dit is niet meer gekleurd. Dit is de echte ik :)
Als je mij niet kent, dit ben ik in 10 trefwoorden.
Ik hou van: Werner, Azerty & Querty, gadgets, Agora Software, Geox
Ik hou niet van: diabetes I, hernia, alcohol, afscheid
Posts tonen met het label Maarten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maarten. Alle posts tonen
dinsdag 20 augustus 2013
vrijdag 8 juni 2012
Raad
Ik ben vandaag nog eens op bezoek geweest. Het was lang geleden, maar dat is niet zo erg. En het is niet dat Maarten daar nog iets van weet. Alleen heb ik geen vast schema om langs te gaan.
Het is wel een vast ritueel en het is voorspelbaar. Ik heb weer heel wat te vertellen en soms doe ik dat hardop. Dat zal wel een vreemd zicht zijn maar ik ben zeker niet de enige, dat heb ik al gezien. En in de huidige situatie moet ik het ook even kwijt. Het is namelijk zo herkenbaar van vroeger en ik wist het eigenlijk toen al.
Toen hij besliste om ander werk te zoeken kwam hij daarover praten. We praatten er al enkele jaren over, maar één dag herinner ik me duidelijk. Het was de dag dat ie echt had beslist dat het genoeg was geweest. Dat ie echt actief op zoek ging naar iets anders. Hij had trouwens al contacten, want er was al een firmanaam en zelfs een bedrag qua verloning.
Of het wel verstandig was om de stap te zetten, of het later niet beter zou gaan in de huidige situatie. Hij kende het antwoord al, maar ik kon alleen maar bevestigen. Beloftes zijn woorden en geen garanties. Het verschil is dat ze vrijblijvend zijn en naargelang wie ze uitspreekt zit er behoorlijk wat rek op. Garanties staan op papier en je ondertekent ze. Beloftes hangen alleen in de lucht en je kan enkel afwachten of ze worden nageleefd.
Ik kom vandaag ook geen raad vragen. Want ik weet ook alle antwoorden al. Maar het is goed om het te kunnen vertellen.
Het is wel een vast ritueel en het is voorspelbaar. Ik heb weer heel wat te vertellen en soms doe ik dat hardop. Dat zal wel een vreemd zicht zijn maar ik ben zeker niet de enige, dat heb ik al gezien. En in de huidige situatie moet ik het ook even kwijt. Het is namelijk zo herkenbaar van vroeger en ik wist het eigenlijk toen al.
Toen hij besliste om ander werk te zoeken kwam hij daarover praten. We praatten er al enkele jaren over, maar één dag herinner ik me duidelijk. Het was de dag dat ie echt had beslist dat het genoeg was geweest. Dat ie echt actief op zoek ging naar iets anders. Hij had trouwens al contacten, want er was al een firmanaam en zelfs een bedrag qua verloning.
Of het wel verstandig was om de stap te zetten, of het later niet beter zou gaan in de huidige situatie. Hij kende het antwoord al, maar ik kon alleen maar bevestigen. Beloftes zijn woorden en geen garanties. Het verschil is dat ze vrijblijvend zijn en naargelang wie ze uitspreekt zit er behoorlijk wat rek op. Garanties staan op papier en je ondertekent ze. Beloftes hangen alleen in de lucht en je kan enkel afwachten of ze worden nageleefd.
Ik kom vandaag ook geen raad vragen. Want ik weet ook alle antwoorden al. Maar het is goed om het te kunnen vertellen.
donderdag 2 februari 2012
Villa Politica
Ik had een huis in de Pothoekstraat. Het was veel te groot en ik woonde er niet meer. Het gelijkvloers gebruikte ik als kantoor en de verdiepingen verhuurde ik aan Maarten. Er stond een kleine zwart-wit TV in de schapjes die vroeger pralines presenteerden. Voor ik het kocht was het een pralinewinkel met bijhorende woonst.
Woensdag namiddag als Maarten terug kwam van zijn rondje Vlaanderen (hij bezocht klanten) at ie zijn broodje Américain dat bedoeld was als lunch tegen een uur of 4 op. Op het blikje cola deed ie een soort van tromgeroffel dat vreselijk irritant was. Ik had hem dat al vaak gezegd maar het hielp niet. Hij wist het wel, en na een tijd zei ie zelf: aah ja, ik weet het.. zenuwpees.
Villa Politica was mijn achtergrondmuziek. Ik zat met mijn rug naar het kleine toestel dus het stoorde niet tijdens het werk. Maarten had er veel commentaar op. Niet op het programma, want hij vond dat geweldig. Ik weet het omdat ie daar ook op zijn TV toestel boven naar keek. Maar hij had veel commentaar op de andere politieke kleuren. Die kleuren die niet overeen kwamen met zijn mening. Gelukkig hadden wij dezelfde kleur, alleen de tint verschilde lichtjes. Hij had het politieke spel heel goed door. Niet wat er gezegd wordt, maar wel door wie, en wanneer, in welk parlement... Het heeft allemaal zijn belang en hij was helemaal mee. Ik ook trouwens, en ik deelde meestal zijn verontwaardiging als een andere kleur weer eens stevig uit de bocht ging. Zelfs als de juiste partij zich niet aan de ongeschreven regels hield viel het op. Je kon soms zaken horen die ze de ene dag wit zeiden en de volgende dag zwart. Gewoon omdat ze net in het andere parlement niet in de meerderheid zaten.
Het zijn fijne herinneringen en ze komen vaak terug. Twee keer per week om precies te zijn, want twee keer per week zie ik de trailer van Villa Politica. Ik kijk er terug naar. Toen Maarten er niet meer was zapte ik het weg omdat het te pijnlijk was. Maar dat is al een hele tijd geleden. Het is gewoon een goed programma en de herinnering is mooi, ze is niet pijnlijk. Ik kan met andere mensen ook over politiek praten en ik vind dat belangrijk. Het houdt me erg bezig. En gelukkig kan dat ook open, wat voor Maarten moeilijker was. Zijn vriendenkring kleurde vaak anders en dat zorgde voor discussies. Maar in de Pothoekstraat waren we het meestal eens.
Het is fijn om normaal te kunnen doen. Een programma wegzappen dat je graag ziet is niet leuk. Maar het hoeft dus niet meer, al een hele tijd trouwens. Ze blijven daar, die momenten dat ik terugdenk. Net zoals bij de Euro Millions. Maar het zijn fijne herinneringen. Alleen de muziek van de Fixkes verdraag ik nog niet goed. Gelukkig horen we daar niet veel meer van :-)
Woensdag namiddag als Maarten terug kwam van zijn rondje Vlaanderen (hij bezocht klanten) at ie zijn broodje Américain dat bedoeld was als lunch tegen een uur of 4 op. Op het blikje cola deed ie een soort van tromgeroffel dat vreselijk irritant was. Ik had hem dat al vaak gezegd maar het hielp niet. Hij wist het wel, en na een tijd zei ie zelf: aah ja, ik weet het.. zenuwpees.
Villa Politica was mijn achtergrondmuziek. Ik zat met mijn rug naar het kleine toestel dus het stoorde niet tijdens het werk. Maarten had er veel commentaar op. Niet op het programma, want hij vond dat geweldig. Ik weet het omdat ie daar ook op zijn TV toestel boven naar keek. Maar hij had veel commentaar op de andere politieke kleuren. Die kleuren die niet overeen kwamen met zijn mening. Gelukkig hadden wij dezelfde kleur, alleen de tint verschilde lichtjes. Hij had het politieke spel heel goed door. Niet wat er gezegd wordt, maar wel door wie, en wanneer, in welk parlement... Het heeft allemaal zijn belang en hij was helemaal mee. Ik ook trouwens, en ik deelde meestal zijn verontwaardiging als een andere kleur weer eens stevig uit de bocht ging. Zelfs als de juiste partij zich niet aan de ongeschreven regels hield viel het op. Je kon soms zaken horen die ze de ene dag wit zeiden en de volgende dag zwart. Gewoon omdat ze net in het andere parlement niet in de meerderheid zaten.
Het zijn fijne herinneringen en ze komen vaak terug. Twee keer per week om precies te zijn, want twee keer per week zie ik de trailer van Villa Politica. Ik kijk er terug naar. Toen Maarten er niet meer was zapte ik het weg omdat het te pijnlijk was. Maar dat is al een hele tijd geleden. Het is gewoon een goed programma en de herinnering is mooi, ze is niet pijnlijk. Ik kan met andere mensen ook over politiek praten en ik vind dat belangrijk. Het houdt me erg bezig. En gelukkig kan dat ook open, wat voor Maarten moeilijker was. Zijn vriendenkring kleurde vaak anders en dat zorgde voor discussies. Maar in de Pothoekstraat waren we het meestal eens.
Het is fijn om normaal te kunnen doen. Een programma wegzappen dat je graag ziet is niet leuk. Maar het hoeft dus niet meer, al een hele tijd trouwens. Ze blijven daar, die momenten dat ik terugdenk. Net zoals bij de Euro Millions. Maar het zijn fijne herinneringen. Alleen de muziek van de Fixkes verdraag ik nog niet goed. Gelukkig horen we daar niet veel meer van :-)
woensdag 28 december 2011
Points
Het gebedje is de leiddraad. God komt er niet meer in voor, die heb ik zelf geschrapt. De komma erna ook, want een gebed beginnen met een komma is gewoon stom.
Geef me de kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen,
Moed om te veranderen wat ik kan veranderen.
Wijsheid om tussen deze twee onderscheid te maken.
En ik had dus punten. Niet van de Weight Watchers, maar gelukspunten. Het getal van 0 tot 10 dat aangeeft hoe gelukkig ik ben. Het is een opdracht van mijn psychologe die ik vroeger bezocht. De afspraak was dat ik een score plakte op mijn geluk. Ze mocht niet schommelen zoals mijn suiker, ze moest een lange termijn voorstellen. Dus één puntje stijgen mocht enkel indien er een duidelijke langdurige invloed was op het geluk. Het helpt mij om een realistisch beeld te behouden van hoe ik me voel. Het is een paardenmiddel tegen depressieve gevoelens. Het afgelopen jaar was er dus één keer een punt afgegaan omwille van het werk. Later kwam er ééntje bij toen ik hier begon te bloggen, de nieuwe manier van leven verder zette en nieuwe mensen leerde kennen.
En toen, een tijdje geleden was er plots een dilemma. Ik mag mijn score niet verhogen tenzij er duidelijk aanwijsbare items zijn die de teller doen stijgen. Het moeten concrete dingen zijn. En die waren er niet. Toch ben ik één punt gestegen. Ik speel dus vals. Ik vergelijk nu nog steeds het nulpunt en het maximum met een concrete periode die ik heb beleefd. De nul was een diep dal en de 10 was één jaar waar ik echt dolgelukkig was.
Ik kom terug op het gebedje. Mijn cijfer voelde al lang fout. Als ik naar de 10 keek, zat ik er te ver af. Het klopte niet met wat ik voelde. En de reden is me duidelijk gemaakt door goede vrienden. In het jaar waar ik 10 noteerde leefde Maarten nog. Dat had een invloed op het getal. Zolang ik daar mee blijf vergelijken zou ik dus nooit nog een 10 kunnen halen, want hij komt nooit terug. Daar komt het gebedje van pas. Aanvaarden wat je niet kan veranderen. Afscheid is moeilijk maar er staat een termijn op.
De 10 blijft een streefdoel en ze is niet nodig om gelukkig te zijn. Maar ik herken de waarde, ik weet wat ze voor mij betekent. Ze is heel concreet en ik hoop ze ooit weer te bereiken. Als het niet zo is, dan is dat niet erg. Maar net omdat ze zo concreet is, moest ik de score wel aanpassen. Sorry psychologe dat ik vals speel. Maar dank je vriend en vriendin omdat jullie zo duidelijk waren. Er is een puntje bij !
Geef me de kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen,
Moed om te veranderen wat ik kan veranderen.
Wijsheid om tussen deze twee onderscheid te maken.
En ik had dus punten. Niet van de Weight Watchers, maar gelukspunten. Het getal van 0 tot 10 dat aangeeft hoe gelukkig ik ben. Het is een opdracht van mijn psychologe die ik vroeger bezocht. De afspraak was dat ik een score plakte op mijn geluk. Ze mocht niet schommelen zoals mijn suiker, ze moest een lange termijn voorstellen. Dus één puntje stijgen mocht enkel indien er een duidelijke langdurige invloed was op het geluk. Het helpt mij om een realistisch beeld te behouden van hoe ik me voel. Het is een paardenmiddel tegen depressieve gevoelens. Het afgelopen jaar was er dus één keer een punt afgegaan omwille van het werk. Later kwam er ééntje bij toen ik hier begon te bloggen, de nieuwe manier van leven verder zette en nieuwe mensen leerde kennen.
En toen, een tijdje geleden was er plots een dilemma. Ik mag mijn score niet verhogen tenzij er duidelijk aanwijsbare items zijn die de teller doen stijgen. Het moeten concrete dingen zijn. En die waren er niet. Toch ben ik één punt gestegen. Ik speel dus vals. Ik vergelijk nu nog steeds het nulpunt en het maximum met een concrete periode die ik heb beleefd. De nul was een diep dal en de 10 was één jaar waar ik echt dolgelukkig was.
Ik kom terug op het gebedje. Mijn cijfer voelde al lang fout. Als ik naar de 10 keek, zat ik er te ver af. Het klopte niet met wat ik voelde. En de reden is me duidelijk gemaakt door goede vrienden. In het jaar waar ik 10 noteerde leefde Maarten nog. Dat had een invloed op het getal. Zolang ik daar mee blijf vergelijken zou ik dus nooit nog een 10 kunnen halen, want hij komt nooit terug. Daar komt het gebedje van pas. Aanvaarden wat je niet kan veranderen. Afscheid is moeilijk maar er staat een termijn op.
De 10 blijft een streefdoel en ze is niet nodig om gelukkig te zijn. Maar ik herken de waarde, ik weet wat ze voor mij betekent. Ze is heel concreet en ik hoop ze ooit weer te bereiken. Als het niet zo is, dan is dat niet erg. Maar net omdat ze zo concreet is, moest ik de score wel aanpassen. Sorry psychologe dat ik vals speel. Maar dank je vriend en vriendin omdat jullie zo duidelijk waren. Er is een puntje bij !
vrijdag 16 december 2011
Trots
Hier ben ik weer, maat. Ik had het beloofd hé. Allerheiligen vond ik teveel poespas dus dan ziet ge me niet. Kwestie van geen bekend volk tegen het lijf te lopen. Sorry van da bloemeke. Ik was langs de bloemenwinkel geweest. Flor Artes noemt die, da's chique genoeg voor onze buurt ;-)
Maar deze tijd van 't jaar is daar geen keus. Ik vond het niet fatsoenlijk om een bloempotje met kerstversiering hier te zetten. Dat zou niet passen. En nu zie ik dat er toch andere staan! Had ik dat geweten. Maar ja, je ziet het toch niet he. Het maakt niet zo veel uit.
Ik denk dat je trots zou zijn op mij. Je was het al de laatste maanden toen je er nog was. Alles ging weer beter. Ik had mezelf weer onder controle en het werk was weer super. Toch is het helemaal fout gegaan toen je wegging. Niet direct, een tijd later. Dan zou je niet meer trots zijn. Maar je zou me steunen en begrijpen, want dat deed je altijd.
Maar nu is het goed. Ik leerde nieuwe mensen kennen. Echt super mensen! Je zou nu weer trots zijn. Ik doe coole dingen nu. Schatten zoeken met een GPS. En schieten met een pistool! Een echt hé, niet zoals in Halo op den Xbox. Dat waren tijden he... Jij was altijd een beetje straffer. Je moest ook altijd winnen, maar dat deed je ook. En ik liet je niet winnen hoor! Je was gewoon ne krak. Je zou in 't echt ook ne krak zijn met zo'n pistool, ik weet het zeker.
Ik ben ook chronisch ziek. Zo heet dat naar 't schijnt. Maar ik pak dat goed aan denk ik. Je zou weer trots op me zijn. Je zei dat niet vaak maar ik voelde het aan. De woorden waren moeilijk maar het was overduidelijk omdat je alle details moest weten. En dan sprak de smile boekdelen. Alleen 'cool' of 'goe bezig' en ik wist wat je bedoelde.
Er komen lastige momenten volgend jaar. Jij kon daar van meespreken want je kwam mij raad vragen vroeger. Nu zou ik het graag vragen maar dat lukt niet meer. Maar ik kom alles vertellen. Beloofd.
Ik mis u, Maarten.
Maar deze tijd van 't jaar is daar geen keus. Ik vond het niet fatsoenlijk om een bloempotje met kerstversiering hier te zetten. Dat zou niet passen. En nu zie ik dat er toch andere staan! Had ik dat geweten. Maar ja, je ziet het toch niet he. Het maakt niet zo veel uit.
Ik denk dat je trots zou zijn op mij. Je was het al de laatste maanden toen je er nog was. Alles ging weer beter. Ik had mezelf weer onder controle en het werk was weer super. Toch is het helemaal fout gegaan toen je wegging. Niet direct, een tijd later. Dan zou je niet meer trots zijn. Maar je zou me steunen en begrijpen, want dat deed je altijd.
Maar nu is het goed. Ik leerde nieuwe mensen kennen. Echt super mensen! Je zou nu weer trots zijn. Ik doe coole dingen nu. Schatten zoeken met een GPS. En schieten met een pistool! Een echt hé, niet zoals in Halo op den Xbox. Dat waren tijden he... Jij was altijd een beetje straffer. Je moest ook altijd winnen, maar dat deed je ook. En ik liet je niet winnen hoor! Je was gewoon ne krak. Je zou in 't echt ook ne krak zijn met zo'n pistool, ik weet het zeker.
Ik ben ook chronisch ziek. Zo heet dat naar 't schijnt. Maar ik pak dat goed aan denk ik. Je zou weer trots op me zijn. Je zei dat niet vaak maar ik voelde het aan. De woorden waren moeilijk maar het was overduidelijk omdat je alle details moest weten. En dan sprak de smile boekdelen. Alleen 'cool' of 'goe bezig' en ik wist wat je bedoelde.
Er komen lastige momenten volgend jaar. Jij kon daar van meespreken want je kwam mij raad vragen vroeger. Nu zou ik het graag vragen maar dat lukt niet meer. Maar ik kom alles vertellen. Beloofd.
Ik mis u, Maarten.
dinsdag 1 november 2011
Allerheiligen
Het is een speciale dag. Niet omdat de klassieke betekenis van de Katholieke Kerk mij zo aanspreekt, maar het is nu eenmaal een gewoonte. Ik ga elk jaar naar het graf van mijn vader. En sinds een aantal jaren ben ik al een week op voorhand aan het piekeren of ik naar het graf van mijn ex-collega en vriend Maarten ga.
Tijdens het jaar ga ik af en toe eens langs. Niet dat ik gelovig ben, ik geloof niet dat hij naar een betere plek is heengegaan. Het zou wel gemakkelijker zijn, dan zou ik misschien troost vinden dat hij het nu goed maakt. Maar dat is niet zo.
Ik geloof ook niet dat hij kan horen wat ik zeg, hij antwoordt ook niet. Ik vind er geen verlichting en het maakt niet uit of ik daar nu naartoe ga of niet. Hij kan mijn bloemstuk niet zien en het kaartje kan ie niet lezen. En toch ga ik er naartoe. Ik ga op de bank zitten en ik word rustiger. Vaak ga ik er langs als het wat moeilijk gaat, vroeger kon ik dan zagen tegen Maarten dat er me iets dwarszat. Dan luisterde hij, en het luchtte op. Want hij had maar één woord nodig om mij te begrijpen. Soms zelfs geen enkel. Meestal wist hij wel wat er aan de hand was, voor ik nog maar een woord gezegd had. En andersom was het ook zo. Hij kon een gezicht opzetten, een uitleg doen om te zeggen dat alles OK was. Maar alleen de manier waarop zei vaak meer dan de camouflerende uitleg.
Een slimme madam heeft me gezegd dat dat misschien wel de manier is. Vroeger hadden we soms geen woorden nodig om iets te begrijpen. Misschien is dat nu nog zo. Ik heb geen woorden nodig, want die hoort ie toch niet meer. Maar die waren vroeger ook niet nodig. Misschien dat het daarom helpt. Dat het daarom nog altijd een opluchting is als ik er naartoe ga. Ik kan vanalles vertellen en soms doe ik dat ook. Hij hoort het niet, maar so what. Het lucht nog altijd op.
Maar ik hou dus niet van deze feestdag. Het voelt als een verplichting. We gaan nu eventjes naar daar, plaatsen een bloemstuk op een graf en we kunnen er tegen voor een jaar.
En ik zit dus steeds op voorhand te piekeren. Moet ik nu gaan vandaag? Ik moet toch een bloemstukje zetten met een kaartje op. Dan weten de andere mensen dat ik nog wel aan hem denk. Het kan me eigenlijk niet zoveel schelen. Ik ben er een paar keer naartoe geweest als er andere mensen waren. Familie of vrienden. Heel vervelend is dat. Iemand vroeg me of ik even alleen wou zijn aan het graf. Dat kan ik niet, dat is geforceerd en ik voel me bekeken.
Ik ben dan ook de laatste jaren niet langsgeweest op Allerheiligen. Vandaag ook niet. De komende week ga ik een bloemstuk zetten en op mijn gemak op de bank zitten. Net zoals ik dat op een normale dag tijdens het jaar soms ook doe. Geen gedoe.
Tijdens het jaar ga ik af en toe eens langs. Niet dat ik gelovig ben, ik geloof niet dat hij naar een betere plek is heengegaan. Het zou wel gemakkelijker zijn, dan zou ik misschien troost vinden dat hij het nu goed maakt. Maar dat is niet zo.
Ik geloof ook niet dat hij kan horen wat ik zeg, hij antwoordt ook niet. Ik vind er geen verlichting en het maakt niet uit of ik daar nu naartoe ga of niet. Hij kan mijn bloemstuk niet zien en het kaartje kan ie niet lezen. En toch ga ik er naartoe. Ik ga op de bank zitten en ik word rustiger. Vaak ga ik er langs als het wat moeilijk gaat, vroeger kon ik dan zagen tegen Maarten dat er me iets dwarszat. Dan luisterde hij, en het luchtte op. Want hij had maar één woord nodig om mij te begrijpen. Soms zelfs geen enkel. Meestal wist hij wel wat er aan de hand was, voor ik nog maar een woord gezegd had. En andersom was het ook zo. Hij kon een gezicht opzetten, een uitleg doen om te zeggen dat alles OK was. Maar alleen de manier waarop zei vaak meer dan de camouflerende uitleg.
Een slimme madam heeft me gezegd dat dat misschien wel de manier is. Vroeger hadden we soms geen woorden nodig om iets te begrijpen. Misschien is dat nu nog zo. Ik heb geen woorden nodig, want die hoort ie toch niet meer. Maar die waren vroeger ook niet nodig. Misschien dat het daarom helpt. Dat het daarom nog altijd een opluchting is als ik er naartoe ga. Ik kan vanalles vertellen en soms doe ik dat ook. Hij hoort het niet, maar so what. Het lucht nog altijd op.
Maar ik hou dus niet van deze feestdag. Het voelt als een verplichting. We gaan nu eventjes naar daar, plaatsen een bloemstuk op een graf en we kunnen er tegen voor een jaar.
En ik zit dus steeds op voorhand te piekeren. Moet ik nu gaan vandaag? Ik moet toch een bloemstukje zetten met een kaartje op. Dan weten de andere mensen dat ik nog wel aan hem denk. Het kan me eigenlijk niet zoveel schelen. Ik ben er een paar keer naartoe geweest als er andere mensen waren. Familie of vrienden. Heel vervelend is dat. Iemand vroeg me of ik even alleen wou zijn aan het graf. Dat kan ik niet, dat is geforceerd en ik voel me bekeken.
Ik ben dan ook de laatste jaren niet langsgeweest op Allerheiligen. Vandaag ook niet. De komende week ga ik een bloemstuk zetten en op mijn gemak op de bank zitten. Net zoals ik dat op een normale dag tijdens het jaar soms ook doe. Geen gedoe.
maandag 31 oktober 2011
Klanten
Er staat hier nog een woordje boven in de header dat misschien raar klinkt. Niet het woordje, wel de plaats waar het staat. Ik hou niet van: klanten? Tiens, ik ben nochtans zelfstandige. Ik zou dus heel blij moeten zijn met klanten. De klant is toch koning? En toch is het waar wat er staat. Maar het is een beetje moeilijker dan het op het eerste zicht lijkt.
Ik ben zelfstandig programmeur en heb daarvoor een klein bvba'tje opgericht. Ik werk samen met iemand anders die dat ook heeft gedaan. Ik schrijf software voor drukkerijen. Het is één enkel computerprogramma waar ik nu reeds 15 jaar aan bezig ben. Het originele idee was om een bestaand programma om te vormen naar een meer werkbare versie. Dat was in 1996. Het plan was om daar een half jaar mee bezig te zijn. Ik heb dat gedaan, en na een half jaar kwam er een nieuwe versie.
We stelden ze voor aan de bestaande klanten, en die waren erg tevreden. Het programma werd daardoor ook bekender. Er kwamen klanten bij, en die wilden zelf net iets anders, telkens een beetje meer. Daarom kwam er na dat half jaar meer en meer vraag naar nieuwe toepassingen van het programma. Dat ging zo verder en verder, en tot vandaag is dat dus nog steeds zo. Nieuwe klanten, nieuwe noden.
Maar die klanten, de drukkerijen dus, zijn niet mijn klanten. Ik ben niet de eigenaar van de software die ik schrijf en ik verdeel de software niet. Ik heb goede afspraken met mijn compagnon/collega/(baas?) hoe we de opbrengst verdelen. Maar hij is dus de eigenaar en hij verkoopt het aan zijn klanten. Deze klanten bedoel ik de header van mijn blog.
Maar waarom hou ik niet van klanten? Dat is natuurlijk niet zo. Het gaat hem alleen om de invulling van de taken. Mijn collega had een aantal jaren iemand in dienst die de klanten ondersteunde. Maarten is er inmiddels niet meer, en er werd beslist om hem niet te vervangen. Ik vond dat geen goed idee. Maar we kwamen overeen dat ik enkel zou inspringen als tweede lijn support. Dat wil dus zeggen, enkel als mijn collega er niet uit geraakt.
Daarom schrijf ik dat dus: ik krijg enkel klanten te horen als ze diep in de problemen zitten. Als ze echt geen kant meer uit kunnen, krijg ik ze aan de lijn. En dat zijn vaak geen leuke gesprekken. Als er commentaar komt op die stomme software die weeral is blijven hangen, dan neem ik dat persoonlijk op. Ik kan ook niet anders, want voor mij is het een soort levenswerk. Maar dat zal die klant worst wezen als het niet opstart.
Ik vind het dan ook geen gezonde situatie. In grote softwarehuizen worden de mensen die software schrijven vaak afgeschermd van de problemen die zich in de praktijk voordoen. Bij ons kan dat niet, want we zijn maar met twee.
Daarom hou ik niet van klanten. Het zijn ook niet de mijne.
Ik ben zelfstandig programmeur en heb daarvoor een klein bvba'tje opgericht. Ik werk samen met iemand anders die dat ook heeft gedaan. Ik schrijf software voor drukkerijen. Het is één enkel computerprogramma waar ik nu reeds 15 jaar aan bezig ben. Het originele idee was om een bestaand programma om te vormen naar een meer werkbare versie. Dat was in 1996. Het plan was om daar een half jaar mee bezig te zijn. Ik heb dat gedaan, en na een half jaar kwam er een nieuwe versie.
We stelden ze voor aan de bestaande klanten, en die waren erg tevreden. Het programma werd daardoor ook bekender. Er kwamen klanten bij, en die wilden zelf net iets anders, telkens een beetje meer. Daarom kwam er na dat half jaar meer en meer vraag naar nieuwe toepassingen van het programma. Dat ging zo verder en verder, en tot vandaag is dat dus nog steeds zo. Nieuwe klanten, nieuwe noden.
Maar die klanten, de drukkerijen dus, zijn niet mijn klanten. Ik ben niet de eigenaar van de software die ik schrijf en ik verdeel de software niet. Ik heb goede afspraken met mijn compagnon/collega/(baas?) hoe we de opbrengst verdelen. Maar hij is dus de eigenaar en hij verkoopt het aan zijn klanten. Deze klanten bedoel ik de header van mijn blog.
Maar waarom hou ik niet van klanten? Dat is natuurlijk niet zo. Het gaat hem alleen om de invulling van de taken. Mijn collega had een aantal jaren iemand in dienst die de klanten ondersteunde. Maarten is er inmiddels niet meer, en er werd beslist om hem niet te vervangen. Ik vond dat geen goed idee. Maar we kwamen overeen dat ik enkel zou inspringen als tweede lijn support. Dat wil dus zeggen, enkel als mijn collega er niet uit geraakt.
Daarom schrijf ik dat dus: ik krijg enkel klanten te horen als ze diep in de problemen zitten. Als ze echt geen kant meer uit kunnen, krijg ik ze aan de lijn. En dat zijn vaak geen leuke gesprekken. Als er commentaar komt op die stomme software die weeral is blijven hangen, dan neem ik dat persoonlijk op. Ik kan ook niet anders, want voor mij is het een soort levenswerk. Maar dat zal die klant worst wezen als het niet opstart.
Ik vind het dan ook geen gezonde situatie. In grote softwarehuizen worden de mensen die software schrijven vaak afgeschermd van de problemen die zich in de praktijk voordoen. Bij ons kan dat niet, want we zijn maar met twee.
Daarom hou ik niet van klanten. Het zijn ook niet de mijne.
vrijdag 9 september 2011
Euro Millions
Ik zag net de trekking van Euro Millions op de televisie. Het bracht mooie herinneringen terug. Mijn ex-colega Maarten speelde geregeld mee met deze loterij. Hij begon vaak een aantal dagen op voorhand erover te spreken. Hoe het zou zijn als ie zou winnen. Wat zou je allemaal kunnen doen met zoveel geld?
Ik had een éénmansbedrijfje en ik werkte samen met een collega die dezelfde vorm gebruikte. Hij had Maarten in dienst genomen als bediende. Strikt genomen was Maarten dus eigenlijk niet echt mijn collega, maar in de praktijk werkten we wel elke dag samen.
Als ik met Maarten over Euro Millions sprak, kwamen we altijd uit op dezelfde discussie. Ik vond dat je met de superpot te veel geld had om nog gelukkig te kunnen zijn. Wat zou je immers doen als je alles kan kopen wat je maar wenst, en dat nog eens maal 10. Je zou geen streefdoel meer kunnen hebben.
Maarten zag dat anders. Of dat zei ie toch telkens. Hij kwam steeds uit op hetzelfde idee. Hij zou het bedrijf van zijn baas overkopen. Hij zou zelf baas spelen en de software zelf gaan verkopen zoals hij dat wou. Hij zou het beter kunnen, want nu liep er veel fout en hij zou dan wel eens tonen hoe het wel moest.
Urenlang kon Maarten fantaseren hoe het zou zijn. Hij zou mij natuurlijk als collega willen houden, want hij vond mij een goede programmeur. Wij zouden met z'n tweeën de business heel goed kunnen runnen. Beter dan hoe het nu ging. En hij zou me natuurlijk beter betalen, want ik verdiende toch wel te weinig. En hij zou me een BMW M3 cadeau doen als firmawagen. Dat was toen mijn droomauto. Hij zou mijn huis overkopen zodat ik een goede cent opzij kon zetten. Ik mocht er dan natuurlijk gratis blijven werken in het kantoorgedeelte. Hij woonde nu in dat huis, ik verhuurde het aan hem voor een vriendenprijsje.
Ik mocht nooit tussenkomen om hem te zeggen dat het niet kon, dat het nooit kon gebeuren. Ik deed het dan ook niet meer en ik ging mee in de fantasie. Het kwam uiteindelijk toch wel altijd neer op het feit dat ik wel gelijk had. Als Maarten de Euro Millions won, had hij veel te veel geld om die droom waar te maken. Hij zou met een tiende van het geld zijn droom kunnen waarmaken. Daarom besloten we altijd met te zeggen dat je beter op de Lotto speelt. Dan heb je meer kans om te winnen en de winst is wel tien keer kleiner, maar de droom kon je net zo goed financieren.
Het besluit was gemaakt. Je kon beter op de Lotto spelen. Een paar dagen later zei hij dat ie niks had gewonnen met de Euro Millions. Dus toch niet op de Lotto gespeeld? Aah neen, het was Maarten. Net even koppig als ikzelf. Wel meepraten over alles en nog wat, maar als het er op aan kwam deed ie zijn platte goesting. Me too.
Ik mis de dromen. De verspilde uren. Ik mis Maarten.
Ik had een éénmansbedrijfje en ik werkte samen met een collega die dezelfde vorm gebruikte. Hij had Maarten in dienst genomen als bediende. Strikt genomen was Maarten dus eigenlijk niet echt mijn collega, maar in de praktijk werkten we wel elke dag samen.
Als ik met Maarten over Euro Millions sprak, kwamen we altijd uit op dezelfde discussie. Ik vond dat je met de superpot te veel geld had om nog gelukkig te kunnen zijn. Wat zou je immers doen als je alles kan kopen wat je maar wenst, en dat nog eens maal 10. Je zou geen streefdoel meer kunnen hebben.
Maarten zag dat anders. Of dat zei ie toch telkens. Hij kwam steeds uit op hetzelfde idee. Hij zou het bedrijf van zijn baas overkopen. Hij zou zelf baas spelen en de software zelf gaan verkopen zoals hij dat wou. Hij zou het beter kunnen, want nu liep er veel fout en hij zou dan wel eens tonen hoe het wel moest.
Urenlang kon Maarten fantaseren hoe het zou zijn. Hij zou mij natuurlijk als collega willen houden, want hij vond mij een goede programmeur. Wij zouden met z'n tweeën de business heel goed kunnen runnen. Beter dan hoe het nu ging. En hij zou me natuurlijk beter betalen, want ik verdiende toch wel te weinig. En hij zou me een BMW M3 cadeau doen als firmawagen. Dat was toen mijn droomauto. Hij zou mijn huis overkopen zodat ik een goede cent opzij kon zetten. Ik mocht er dan natuurlijk gratis blijven werken in het kantoorgedeelte. Hij woonde nu in dat huis, ik verhuurde het aan hem voor een vriendenprijsje.
Ik mocht nooit tussenkomen om hem te zeggen dat het niet kon, dat het nooit kon gebeuren. Ik deed het dan ook niet meer en ik ging mee in de fantasie. Het kwam uiteindelijk toch wel altijd neer op het feit dat ik wel gelijk had. Als Maarten de Euro Millions won, had hij veel te veel geld om die droom waar te maken. Hij zou met een tiende van het geld zijn droom kunnen waarmaken. Daarom besloten we altijd met te zeggen dat je beter op de Lotto speelt. Dan heb je meer kans om te winnen en de winst is wel tien keer kleiner, maar de droom kon je net zo goed financieren.
Het besluit was gemaakt. Je kon beter op de Lotto spelen. Een paar dagen later zei hij dat ie niks had gewonnen met de Euro Millions. Dus toch niet op de Lotto gespeeld? Aah neen, het was Maarten. Net even koppig als ikzelf. Wel meepraten over alles en nog wat, maar als het er op aan kwam deed ie zijn platte goesting. Me too.
Ik mis de dromen. De verspilde uren. Ik mis Maarten.
donderdag 25 augustus 2011
Crazy counter
Mijn ex-collega Maarten had een geweldig gevoel voor humor. Bij het schrijven van mijn blog gisteren schoot me iets te binnen van jaren geleden waar we een goeie beet om gelachen hebben.
Ik had een website waar de testklanten een bèta-versie van onze software konden downloaden. Ik heb die trouwens nog hoor, het is mijn standaard website. Er stond een teller op die het aantal bezoekers aangaf. Elke keer als er iemand op de site kwam, werd de teller verhoogd met 1, en ik kreeg dan een SMS bericht als het IP-adres herkend werd als een testklant.
Op die manier kon ik zien wie er op de site de versie afhaalde, en wie dus welke versie had. Maarten had er niet beter op gevonden om - toen hij zich zat te vervelen bij een testklant - als een idioot op de "vernieuwen"-knop van Internet Explorer klikken. Hij wist dat ik elke keer een SMS kreeg en ik moest ze stuk per stuk verwijderen uit mijn GSM. Meer dan 400 SMSjes kreeg ik op een paar minuten !
Toen ik door had dat hij de flauwe plezante was, zei ie: ja, Jan... als je beweert een goeie programmeur te zijn, moet je daar maar iets op vinden. Toen heb ik de teller aangepast zodat het niet meer kan gebeuren. Hij vond de nieuwe teller zo grappig dat ie in 't vervolg bij iedere klant de teller moest laten zien. Resultaat: veel bezoekers op de site, maar niemand die de versie nog afhaalde :-)
Ik heb gisteren gezien dat ie nog altijd op dezelfde manier telt. Links onder staat "U bent bezoeker ... op deze site".
http://www.agorasoftware.be
En een keer of 20 refreshen (of F5 klikken). De eerste 5 keer telt ie gewoon op, maar daarna ...
Ik had een website waar de testklanten een bèta-versie van onze software konden downloaden. Ik heb die trouwens nog hoor, het is mijn standaard website. Er stond een teller op die het aantal bezoekers aangaf. Elke keer als er iemand op de site kwam, werd de teller verhoogd met 1, en ik kreeg dan een SMS bericht als het IP-adres herkend werd als een testklant.
Op die manier kon ik zien wie er op de site de versie afhaalde, en wie dus welke versie had. Maarten had er niet beter op gevonden om - toen hij zich zat te vervelen bij een testklant - als een idioot op de "vernieuwen"-knop van Internet Explorer klikken. Hij wist dat ik elke keer een SMS kreeg en ik moest ze stuk per stuk verwijderen uit mijn GSM. Meer dan 400 SMSjes kreeg ik op een paar minuten !
Toen ik door had dat hij de flauwe plezante was, zei ie: ja, Jan... als je beweert een goeie programmeur te zijn, moet je daar maar iets op vinden. Toen heb ik de teller aangepast zodat het niet meer kan gebeuren. Hij vond de nieuwe teller zo grappig dat ie in 't vervolg bij iedere klant de teller moest laten zien. Resultaat: veel bezoekers op de site, maar niemand die de versie nog afhaalde :-)
Ik heb gisteren gezien dat ie nog altijd op dezelfde manier telt. Links onder staat "U bent bezoeker ... op deze site".
http://www.agorasoftware.be
En een keer of 20 refreshen (of F5 klikken). De eerste 5 keer telt ie gewoon op, maar daarna ...
woensdag 24 augustus 2011
Maarten
Men zegt vaak: tijd heelt alle wonden, maar dat doet hij niet. Men zegt dat tijd raad brengt, maar dat gebeurt niet. Ik mis u, Maarten. Nog altijd, elke dag.
Ik had dit op een kaartje geschreven en laten lamineren. Bij het graf van Maarten stond een houten paaltje met een nageltje in. Daar hingen veel kaartjes aan maar ze waren allemaal doorregend, behalve eentje. Dat was gelamineerd en dat kon je nog lezen. Daarom dacht ik, ik doe dat ook want anders is mijn kaartje na één week niet meer leesbaar. Het was bijna 2 jaar geleden dat hij gestorven was. Hij was pas 27, en ik heb hem 7 jaar gekend.
Vandaag kwam ik weer even langs. Dat paaltje is weg en de kaartjes liggen nu op het graf. Intussen zijn we meer dan 3 jaar verder en er is niets veranderd.
Ik leerde hem kennen toen hij als jonge brutale snuiter kwam vertellen dat hij 2 fouten had ontdekt in mijn software. Hij volgde de opleiding die we aan onze klanten gaven. Niet als klant, maar als nieuwe collega. Het duurde niet lang vooraleer ik doorhad dat we een geniaal manneke hadden gevonden. Hij kon heel goed overweg met software, klanten en vrouwen.
Ik kende hem 2 jaar, inmiddels woonde hij in mijn huis. Ik was verhuisd naar het appartement van mijn ventje en mijn huis stond leeg. Enkel de benedenverdieping gebruikte ik als kantoor. De rest verhuurde ik voor een vriendenprijsje aan Maarten. Eén van zijn vrienden kwam binnen en riep met een lach: zeg Maarten, ben jij wel gerust in zo'n huis met een oudere homo? Ik zei: je moet niet bang zijn, Maarten is ne knappe gast maar hij weet het zelf veel te goed. En dat is een afknapper. We hebben een goeie beet gelachen, maar zonder het te beseffen was er iets veranderd.
Maarten begon langzaam maar zeker alles te vertellen wat hij elders niet kwijt kon. We hadden vaak gesprekken die niet meer over het werk gingen. Maar wel over gevoelens, angsten, passies, dromen, liefde, sex, drank. Ik kwam op vele punten een evenbeeld van mezelf tegen en dat was eerst heel confronterend. Hij doorzag mijn truukjes om mezelf af te schermen, maar ik deed dat bij hem ook.
We hebben veel ruzie gemaakt. Meestal over het werk en de klanten. Want hij stond in direct contact met hen, en ik probeerde veel vragen te ontwijken. Maar om 18u stopte hij en zei: komaan, we gaan wat racen op de Xbox. Eén minuut had hij nodig om over te schakelen van collega naar beste vriend. Als ik zei dat ik het daar moeilijk mee had, zei hij: dat is maar werk. Let's have some fun. Elf jaar jonger, maar o zo volwassen.
Dat kaartje is nu weg, ik had vorige keer gezien dat het toch onleesbaar was geworden. Lamineren helpt dus, maar geen heel jaar. Ik dacht iets anders te schrijven maar ik weet niet wat. Ik heb niks verwerkt of aanvaard. Mijn therapeute zei ooit dat ik een ideaalbeeld had gemaakt. Dat het in 't echt wellicht niet altijd zo was. Ze zal wel gelijk hebben maar ik heb er niks aan. Een handleiding over het rouwproces zou van pas komen, want ik weet niet hoe het moet.
Ik ga voorlopig gewoon af en toe eens langsgaan en op de bank zitten. Dat schijnt soms wat te helpen.
Ik had dit op een kaartje geschreven en laten lamineren. Bij het graf van Maarten stond een houten paaltje met een nageltje in. Daar hingen veel kaartjes aan maar ze waren allemaal doorregend, behalve eentje. Dat was gelamineerd en dat kon je nog lezen. Daarom dacht ik, ik doe dat ook want anders is mijn kaartje na één week niet meer leesbaar. Het was bijna 2 jaar geleden dat hij gestorven was. Hij was pas 27, en ik heb hem 7 jaar gekend.
Vandaag kwam ik weer even langs. Dat paaltje is weg en de kaartjes liggen nu op het graf. Intussen zijn we meer dan 3 jaar verder en er is niets veranderd.
Ik leerde hem kennen toen hij als jonge brutale snuiter kwam vertellen dat hij 2 fouten had ontdekt in mijn software. Hij volgde de opleiding die we aan onze klanten gaven. Niet als klant, maar als nieuwe collega. Het duurde niet lang vooraleer ik doorhad dat we een geniaal manneke hadden gevonden. Hij kon heel goed overweg met software, klanten en vrouwen.
Ik kende hem 2 jaar, inmiddels woonde hij in mijn huis. Ik was verhuisd naar het appartement van mijn ventje en mijn huis stond leeg. Enkel de benedenverdieping gebruikte ik als kantoor. De rest verhuurde ik voor een vriendenprijsje aan Maarten. Eén van zijn vrienden kwam binnen en riep met een lach: zeg Maarten, ben jij wel gerust in zo'n huis met een oudere homo? Ik zei: je moet niet bang zijn, Maarten is ne knappe gast maar hij weet het zelf veel te goed. En dat is een afknapper. We hebben een goeie beet gelachen, maar zonder het te beseffen was er iets veranderd.
Maarten begon langzaam maar zeker alles te vertellen wat hij elders niet kwijt kon. We hadden vaak gesprekken die niet meer over het werk gingen. Maar wel over gevoelens, angsten, passies, dromen, liefde, sex, drank. Ik kwam op vele punten een evenbeeld van mezelf tegen en dat was eerst heel confronterend. Hij doorzag mijn truukjes om mezelf af te schermen, maar ik deed dat bij hem ook.
We hebben veel ruzie gemaakt. Meestal over het werk en de klanten. Want hij stond in direct contact met hen, en ik probeerde veel vragen te ontwijken. Maar om 18u stopte hij en zei: komaan, we gaan wat racen op de Xbox. Eén minuut had hij nodig om over te schakelen van collega naar beste vriend. Als ik zei dat ik het daar moeilijk mee had, zei hij: dat is maar werk. Let's have some fun. Elf jaar jonger, maar o zo volwassen.
Dat kaartje is nu weg, ik had vorige keer gezien dat het toch onleesbaar was geworden. Lamineren helpt dus, maar geen heel jaar. Ik dacht iets anders te schrijven maar ik weet niet wat. Ik heb niks verwerkt of aanvaard. Mijn therapeute zei ooit dat ik een ideaalbeeld had gemaakt. Dat het in 't echt wellicht niet altijd zo was. Ze zal wel gelijk hebben maar ik heb er niks aan. Een handleiding over het rouwproces zou van pas komen, want ik weet niet hoe het moet.
Ik ga voorlopig gewoon af en toe eens langsgaan en op de bank zitten. Dat schijnt soms wat te helpen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
