Posts tonen met het label bier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bier. Alle posts tonen

zondag 29 april 2012

Bakker en brouwer

Een hele tijd geleden al zagen we een raar fenomeen. Als we de vuilniszakken buitenzetten zagen we heel vaak dat er iemand heel graag pintjes dronk. In Antwerpen moeten de blikken gesorteerd worden in een blauwe PMD zak en die is doorzichtig. Zo kunnen de vuilnismannen zien of je je wel aan de regels houdt. De zak is immers goedkoper dan de witte restafvalzak, en je zou dus restafval kunnen dumpen in een blauwe zak om goedkoper af te zijn. Maar dat lukt dus niet.

Bijkomend nadeel is dus dat je buren zien wat je eet en drinkt. Iemand had dus veel zin in blikjes bier. Er stonden vaak een stuk of 3,4 grote blauwe zakken helemaal gevuld met lege blikken bier. Allemaal hetzelfde merk. En geen enkel ander blik in de zak. Ook geen andere Plastiek-, Metaal- of Drankverpakking, waar de PMD zak toch voor dient. We vroegen ons al af wie er in ons gebouw met het gekende probleem worstelde. Ik herkende het wel, maar in mijn goede jaren deed ik toch meer moeite om het te camoufleren. Ik zou op zijn minst de blikken indrukken en ander PMD afval mee mengen. Of ik stopte ze mee in de witte zak, zo zagen mijn buren niks. En ik ging natuurlijk dingen drinken met een hogere concentratie.

Na een tijdje werd de schuldige gevonden. Niet de persoon zelf, maar wel zijn woonplaats. Het was een overbuur! Want ook andere voordeuren hadden vaak zakken met dezelfde inhoud. Ze werden vakkundig verdeeld over andere huizen en appartementen in de straat. Maar bij de overburen stond telkens de grootste voorraad. En sommige weken deed ie die moeite van het verspreiden niet. Zo kon je zijn verbruik ongeveer inschatten aan de zakken voor zijn eigen deur. Een tijdje later konden we er ook een gezicht op plakken. Iemand die we in de straat af en toe zagen wandelen, noem het waggelen, droeg twee plastic zakken van de lokale supermarkt vol met die blikken bier.

Ik heb me toen nog de vraag gesteld: hoe doet ie dat dan toch? Hij moet bijna fulltime bezig zijn met de aanvoer van blikken, als je zijn verbruik kent. En nu hebben we het antwoord. Inmiddels zijn we verhuisd naar het appartement naast het oude. Hij is dus nog steeds onze overbuur, alleen is de ligging van ons nieuwe appartement omgekeerd. Van op het terras kijken we in de straat op het bewuste gebouw. We zagen plots de zoon van de eigenaar van de supermarkt in de straat wandelen. Ze leveren aan huis om de oudere mensen in de buurt te bedienen. De zoon had een trolley bij zoals de brouwer dat gebruikt als ie in een café levert. De trolley stond helemaal volgeladen met pakken van 24 blikken bier. Hoeveel het er waren kon ik niet zien vanuit de hoogte, maar de trolley was helemaal gevuld. Ik denk dat het zijn weekvoorraad moet geweest zijn.

Ik weet dat het tragisch is want ik ken het probleem goed. Maar we konden niet anders dan glimlachen omdat het mysterie is opgelost. Het verklaart ook waarom er geen ander afval zit van voeding in de zakken. Mijn moeder zei vroeger altijd: waar de brouwer is moet de bakker niet zijn. Dat is hier de nagel op de kop.

vrijdag 24 februari 2012

IO Vivat

Een drinklied uit mijn jonge jaren. Het lied werd als opener én als afsluiter van een cantus gezongen. Ik was als student lid van een aantal studentenclubs. Een normale student was bij één club, maar ik had er meerdere. Wellicht omdat de club van mijn school niet zo actief was in het studentenleven voor mensen die op een studentkamer woonden. Ik zat in een Atwerpse stadsschool en de meeste leerlingen kwamen van Antwerpen of omgeving. Weinig kotstudenten dus. Op kot kwam je toch vooral mensen uit andere povincies tegen, wat niet abnormaal is natuurlijk.

Dus ik vond het nodig om bij een andere club ook mee te doen om wat plezier te maken tijdens de week. Louter toevallig kwam ik terecht bij de Rodenbach. Dat was een studentenclub die als bindmiddel het biermerk had gekozen. Dat was eerder uniek, want meestal had je een club van de school of een welbepaalde richting. Of er waren regionale clubs die studenten verenigden van één provincie.

Maar niet zo bij de Rodenbach. Het principe was dat iedereen die het bier lekker vond (en er natuurlijk genoeg van kon drinken) welkom was. Helaas wou dat wel zeggen dat het in de praktijk enkel Westvlamingen waren. De brouwerij was gevestigd in Roeselare en wellicht daarom was het bier vooral in die kant van het land bekend. Maar het woord helaas was hier niet op zijn plaats. Ik kon goed overweg met Westvlamingen. Ze waren bekend om hun wilde feestjes. Alleen ja, de taal hè... dat was een beetje een probleem.

Ik was in de club meteen aanvaard. Ik was immers geen Antwerpenaar, maar een Kempenaar. Dat was voor hen een groot verschil. Ik kwam ook van den boerenbuiten. Met het dialect had ik het wat moeilijk, maar als de mannen met mij aan de toog hingen, wijzigde hun tongval lichtjes in iets dat voor hen Algemeen Nederlands was. Voor mij bleef het plat Westvlaams maar ik begreep het. Een aantal potten Rodenbach zorgden er trouwens voor dat het minder belangrijk werd wat je precies hoorde of zei, want alles werd grappiger.

De club was vooral gekend om hun cantussen. Dat waren de leukste van de stad. Maar op die cantus deed de preases (de voorzitter) en de cantor (de voorzanger) niet die moeite om hun taal lichtjes aan te passen. Ik was immers de enige niet Westvlaming in de club van 20 leden. Dus ik begreep van de cantus geen snars. Er kwamen wel wat regeltjes en vaste afspraken aan te pas. Iemand die zich schuldig maakte aan een foutje moest een ad fundum drinken. Dat gebeurde dus vaak in mijn geval. De enige woorden die ik ooit heb begrepen van de preases zijn dan ook: "Jan, ad fundum!". Dan wist ik dat ik iets verkeerd had gedaan, maar ik heb nooit geweten wat :-)

Eén keer per jaar reden we met een bus naar Roeselare waar we een cantus kregen aangeboden in de brouwerij. Er was ook eerst een rondleiding maar dat was een formaliteit. De dame die ons begeleidde wist dat, en zei telkens dat we dat allemaal nog kenden van vorig jaar. De toer was dan ook op een kwartiertje wel rond en dan konden we aan de Rodenbach Grand Cru beginnen. En liedjes zingen hè, want daar was het om te doen.

Ik heb in die club enorm veel plezier gemaakt en ik denk er nog af en toe aan terug. Het zijn niet de mensen die je kent voor het leven, maar dat hoeft helemaal niet. En 't is niet omdat ik nu enkel nog cola drink dat de herinnering daarom anders is. Het was gewoon dikke fun, elke keer.

zondag 12 februari 2012

Trappist

Dat heb ik al lang niet meer gedronken. Alleen nog Cola Zero, remember? Het staat in ons stappenplan he. Maar ik heb het wel gegeten, nog niet zo lang geleden.

Het is een dilemma als je de keuze hebt gemaakt om alcoholvrij te leven. Maar ik heb het redelijk simpel opgelost. Ik heb het over gerechten die bereid zijn met alcohol. Mensen hebben daar vreemde ideeën over. Als je stoofvlees met trappist zou eten zou het hele plan ineens in duigen vallen. Alle moeite zou voor niks zijn en ik zou terug van nul moeten beginnen. In het slechtste geval zou ik ineens naar de GB rijden en een bak trappist kopen om die dan leeg te drinken.

Maar zo werkt dat natuurlijk helemaal niet. Ik spreek nu voor mezelf hé, de meningen zijn erg verdeeld. Sommigen hebben toch de neiging om te zeggen dat er geen enkel spoor van alcohol mag aanwezig zijn in een maaltijd. Omdat ze dan weer de smaak te pakken zouden krijgen. Bij mij is het niet zo. Ik ben er ook op getraind. Een psycholoog heeft me begeleid om normaal om te kunnen gaan met de geur en als het moet met de smaak van alcohol in een gerecht. En dat is heel goed gelukt.

Cognitieve gedragstherapie heette dat. Naar een fles wijn kijken en ze niet willen opdrinken. Dat is niet moeilijk, je moet maar denken dat er ontstopper in zit. Deel van de begeleiding bestond er in om labels te lezen van flessen wijn en sterkere dranken om te kijken wat er in zit. En na een tijdje kan je daar zoals een normale mens mee omgaan.

Een tijdje heb ik medicatie genomen om me te helpen. Die zorgde ervoor dat ik op enkele dagen een allergie ontwikkelde voor alcohol. Dan was het wel absoluut noodzakelijk om geen sporen van alcohol binnen te krijgen. Ik zou er heel erg ziek van worden, maar dat was natuurlijk de bedoeling van het medicijn.

Maar toen iemand me een tijdje geleden vroeg of ze trappist mocht gebruiken in de bereiding van stoofvlees had ik daar geen bezwaar tegen. Het kan dus absoluut geen kwaad, ik ga niet plots gekke dingen beginnen doen. Ook al zal de bereiding niet alle alcohol oplossen, zelfs al staat het enkele uren op een laag vuurtje. Het kan dus geen kwaad. Hou je dus vooral niet in om iets lekkers klaar te maken en me uit te nodigen. Ik wacht vol ongeduld ;-)

zondag 25 september 2011

Eletricien

Vandaag ben ik even electricien. Gisteren was ik dat ook. De keuken wordt weldra geplaatst en de nodige stopcontacten en lichtschakelaars dienen voorzien te worden. That's my job.

Electricien had ik nog kunnen worden. Ik ben het zelfs geweest! Officieus hè... toen ik "studeerde". Ik had mijn studie industrieel ingenieur moeten beëindigen na het derde jaar. Niet na 3 jaar, maar na het derde academiejaar in de studierichting. Daar had ik helaas al vijf jaar over gedaan. Maar mijn tweede zittijd in het bisjaar was weer onvoldoende en dus moest ik stoppen. Te veel gefeest !

Om dan toch nog een diplmoma te hebben, ben ik gestart met de richting industriële informatica in avondlessen. Officiëel ben je dan werkzoekend, want overdag doe je dus niets. Ik moest me dan ook af en toe aanmelden bij de VDAB, want ik moest solliciteren of bijscholen. Maar omdat ik al avondles volgde, telde die mee en liet men mij wijselijk met rust.

Want overdag was ik dus electricien. Sssst... niet zeggen hé. Werkloos, remember? Ik renoveerde studentenkamers en alles wat er mee verband hield. Dat ging soms redelijk ver. Ik heb eens een broodjeszaak ingericht, dat was een uitdaging omdat alles er zwaarder is. Niet alleen electrisch gezien maar qua kilo's natuurlijk ook. Daar waren dus mottig veel wettelijke bepalingen die je moest volgen om de installatie te laten goedkeuren. Begrijpelijk wel, als je de veiligheid moet garanderen... Daar heb ik dus voor moeten studeren, want ik heb dat nooit geleerd. Maar het werd goedgekeurd! Ik was er door!

In de gang van mijn studentenkot was er een tijdschakelaar geplaatst die na zo veel seconden het licht uitschakelde. Ne minuterie heet dat volgens mijn toenmalige kotbaas. Maar die begaf het altijd. Ik met mijn grote mond gezegd dat ik dat beter zelf kon maken. Zijn toestel werkte mechanisch, en ik zou dat wel eens electronisch in mekaar steken! Wel, ik heb dat gedaan. Vorig jaar zag ik mijn kotbaas terug, en wat blijkt? Het werkt nog altijd! Bijna 20 jaar later. Ik met mijn grote mond... had gelijk :-)

Maar dat deed ik gewoon heel graag. Mijn drinkebroeder was jarig en ik wou een origineel cadeau geven. Het was onze Hoegaardenperiode. Ik had een flesje Hoegaarden met een glassnijder opengesneden en er een hoop electronica in gestopt. En een batterij. Als je aan de kroonkurk draaide, verschenen de letters "Space Pat" in een mini lichtkrant in het flesje. Hij moest er erg om lachen. Vooral om het feit dat ik zo veel tijd had verspild om het te maken. Ga naar de les in plaats van zo te prutsen! Ach ja... een hobby hè.

En toch ben ik informaticus geworden. Het had net zo goed richting electronica kunnen gaan. Of electricien dus. En vandaag dus ook eventjes weer. Voilà, eerst een ontbijt, een mindfulness oefening en ik ben geconcentreerd om te gaan "elektrieken" !

zaterdag 30 juli 2011

Café zonder bier

Ik ga heel graag op café. Vaker dan vroeger nog. 't Is te zeggen vaker dan de laatste 15 jaar, ik tel dan mijn studententijd niet mee.

Toen ik alcoholvrij ging leven, deed dat toch wel iets. Ga je nog op café gaan? Gaan je vrienden je niet uitlachen met je Cola Zero? Ga ik het wel leuk vinden met een Cola Zero? Dat moet toch een pintje zijn?
Want we gaan toch "een pintje drinken"?

Dat hoort er toch gewoon bij? Een pintje drinken om wat los te komen, om de stress van de week weg te spoelen. Je wordt wat plezanter, grappiger, uitbundiger. Je kijkt er al naar uit en als het zo ver is neem je er nog ééntje want op één been kan je niet staan.

Ik ben gisteren een pintje gaan drinken. Samen met mijn beste vriend - zeg maar mijn drinkebroeder - die ik leerde kennen in mijn studententijd. We hebben allebei een pintje besteld en in zijn pintje zat bier (of Leffe, of La Chouffe, of Geuze naargelang de avond vorderde) en in mijn pintje zat Cola Zero.

En dat is niet raar.

Dat pintje bier hoort niet bij mij. Wat loskomen moest niet want ik was al behoorlijk los. Er was wel stress deze week maar ik kan daar wel mee omgaan. Ik keek er al heel de week naar uit en als het zo ver was nam ik nog een Cola Zero want op één been kan je niet staan. Ik had ook gewoon dorst.

Het is anders.

Want ik herinner me het laatste stuk van de avond nog. Ik weet nog wat ik verteld heb en ik heb niks verkeerds gezegd. Ik was even uitbundig, plezant en zeker zo grappig als vroeger. Vroeger vond ík mezelf wel grappig, maar de anderen dachten daar misschien anders over.

En ik kan nu in heel België op café gaan. Ik kan overal naartoe rijden want ik ben altijd Bob. Ik kan wel vier vrienden meepakken en we kunnen op stap gaan. Een pintje gaan drinken...