Posts tonen met het label student. Alle posts tonen
Posts tonen met het label student. Alle posts tonen

woensdag 20 februari 2013

HRG

Geen officiële afkorting hoor. Ik denk het toch niet. Ik denk dat we ze zelf verzonnen om het wat makkelijker te maken. Je kon ook gewoon High Resolution Graphics zeggen, en één nerd van ons clubje zei het ook elke keer. Hij zei het zo vaak dat we na een tijd enorm moesten lachen. Niet alleen om de term zelf, want die was op z'n minst gewichtig, maar vooral om de persoon en zijn geweldig mooie Engelse tongval. De inspanning was zo groot dat ie het speeksel van zijn mond moest vegen na het uitspreken van die inmiddels legendarische woorden.

Bij ons waren ze dat toch, in ons clubje. Nerd bestond niet als term, denk ik. Wij werden eerder uitgelachen als computerfreak. Ik weet vooral nog dat je dan onmiddellijk zei dat het niet zo was. Ik was wel bezig met computers, maar ik was zeker geen computerfreak. Later zou dat zelfs mee mijn studiekeuze bepalen. Het feit dat ik absoluut geen nerd wou zijn deed me kiezen voor elektronica en niet voor informatica. Als je dat nu hoort, denk je wellicht: wat maakt dat voor verschil? Maar toen was het toch zo. Als het maar niks met computers was...

Ik weet trouwens nog exact waar het over ging. We hadden allemaal een computer(tje), maar ik was de underdog. Iedereen had toen een Commodore 64, maar ik had een ZX Spectrum. Die was kleiner en had minder mogelijkheden. Maar telkens kwamen we op een gevoelig punt. Bij mij deed ie namelijk veel meer dan bij de anderen. Dat kwam omdat ik hem ook echt programmeerde. Dan deed ie coole dingen hoor! De ramen en gordijnen openden op mijn spraakcommando. Ik schreef een computerprogramma om alle Latijnse werkwoorden te vervoegen op basis van hun type. Ik deed helemaal geen Latijnse, dus heb ik het ook in 't Frans herhaald. Alle werkwoorden, alle tijden, alle personen. Het rolde er zo uit. Inclusief een klein lijstje van uitzonderingen. Ik ben zelfs begonnen aan een echte game. Het heette The Resentful Man. Het idee was niet van mij, maar ik schreef het wel. Alleen is dat nooit verder geraakt dan een ruimteschip dat bewoog en kogels schoot. De vijanden op het scherm laten bewegen was te veel gevraagd voor mijn Spectrum. Dan gaf ie er de brui aan.

Maar dat maakte een wereld van verschil. De andere jongens praatten vooral over software en games die al bestonden en ik schreef ze zelf. Behalve die ene jongeman, die deed dat dus ook. En het moet gezegd, de Commodore 64 had inderdaad High Resolution Graphics. Het kwam er ongeveer op neer dat je beeldpunten naast mekaar verschillende kleuren kon geven. Er was een truukje voor om het in het geheugen op te slaan, want elk beeldpunt een andere kleur, dat zou idioot zijn. Weet je wel hoeveel geheugen dat zou kosten? En we hadden maar 64K. En mijn Spectrum had dat niet. Ik kon alleen per matrix van 8x8 punten een voorgrond- en een achtergronkleur geven.

Ik had geen High Resolution Graphics.

Maar de herinneringen zijn er niet minder mooi om :-)

woensdag 6 juni 2012

9 to 5

1996 was een belangrijk jaar. Officiëel was ik twee jaar werkloos. Ik had immers mijn studie twee jaar eerder stopgezet omdat je nu eenmaal maximaal 4 zittijden mag doen voor één academiejaar. Het derde jaar industrieel ingenieur heb ik dus niet gehaald. Ik heb vijf jaar op de school "verbleven" en kon enkel het diploma kandidaat industrieel ingenieur voorleggen.

Omdat mijn moeder vond dat je toch iets in handen moest hebben, volgde ik daarna twee jaar avondonderwijs. Daar heb ik ook een tijd "verbleven". Omdat ik veel feestte in die tijd lukte studeren niet zo goed. Maar in deze school werd wel streng toegekeken op de aanwezigheden en op een keer vroeg een leraar me waarom ik niet in zijn les was. Ik zei dat ik me overslapen had en hij moest heel erg lachen. Hij zei dat ie dat werk al lang deed, maar dat niemand ooit die uitvlucht durfde gebruiken in zijn avondklas. Misschien dacht ie dat ik de grapjas wou uithangen, maar dat was dus niet zo. Ik had me echt overslapen... voor de avondschool.

Maar dat diploma haalde ik toch zonder enige moeite. Ik had dus eigenlijk een A1 informatica in avondonderwijs. En een diploma kandidaat industrieel ingenieur. Dat stelt niet veel voor, het wil vooral zeggen dat je de studie niet afmaakte. Toch was het toen gelijkgesteld aan een A1 diploma, wat nu bachelor wordt genoemd aan de hogeschool.

Maar tijdens die periode van twee jaar was ik werkloos. In feite gewoon student, maar omdat ik avondonderwijs volgde, hoor je overdag een activiteit te hebben. Die had ik niet, vandaar werkloos. Maar ik kreeg dus een uitkering en moest me geregeld aanmelden bij de VDAB. Daar was er een standaardbabbel waar ik zei dat ik me bijschoolde in avondonderwijs. Dat vond men geweldig, en daarom werd ik vrijgesteld van enige verplichtingen om te solliciteren.

In oktober 1996 was dat voorbij. Ik had mijn diploma en moest echt op zoek naar werk. Eén sollicitatiegesprek had ik daarvoor nodig. Het rare was dat ik niet doorhad dat het er één was. Op een vrijdag kwam ik bij een man terecht die een klein softwarebedrijf had op het Antwerpse Zuid. In zijn kantoor stelde hij enkele vragen. Of ik ooit al geprogrammeerd had onder Windows? Neen. Nooit gedaan. Dat vond ie jammer. Of ik dat wou leren? Euhm... ja zeker? Dat vond hij goed. Hij stopte een handboek in mijn handen. Het heette leer Delphi in 21 dagen. Misschien kan je dat dit weekend eens lezen, zei hij. En dan kan je hier maandag om 9u beginnen. We hebben geen vaste uren, zei ie. Maar op de eerste dag moest er wat geregeld worden dus dan moest ik er wel zijn op het afgesproken uur.

Hij was erg tevreden over mijn werk. Dat heeft ie me gezegd toen ik het bedrijf vier jaar later verliet om zelfstandige te worden. Hij zei dat ik dat toch wel heel goed had gedaan voor iemand die geen diploma had. Hoezo geen diploma? Ik zei dus dat ik een A1 avondonderwijs en een kandidatuur industrieel ingenieur had. Dat had ie nooit geweten. Eigenlijk was ik dus ook vier jaar onderbetaald, maar dat is een klein detail. Ik heb er heel graag gewerkt.

maandag 19 maart 2012

Sorry hè, maat

Het is niet iets om trots op te zijn. Ik zou hem graag sorry zeggen, maar ik ken zijn naam niet. Ik weet zelfs helemaal niet meer hoe hij eruit ziet. Dat was in feite ook de reden waarom ik me moest verontschuldigen.

Ik zat in mijn studentencafé op woensdagnamiddag. Een jongeman zat aan de toog en hij bekeek me heel erg vies. Ik kende hem niet en daarom negeerde ik hem. Hij was aan de praat met iemand anders, mij ook helemaal onbekend. Ik merk na een tijdje dat het gesprek over mij gaat. Het gesprek is geanimeerd maar ik weet niet waarom. Blijkbaar had hij een paar glazen bier nodig om op me af te stappen en zijn hart te luchten.

Zeg Jan, zegt ie, dat had ik nu van jou écht niet verwacht. Ik weet echt niet wat er gebeurt want ik ken hem helemaal niet. Ik kijk verbaasd en hij merkt dat ik echt uit de lucht val. Awel, zegt ie, ik heb hier dus wel zitten wachten hè, deze namiddag. Meer dan een half uur! Maar je kwam niet opdagen en dan ben ik maar alleen naar de film geweest. Hij is duidelijk boos en zegt nog iets in de aard van dat ik hem teleurgesteld heb. Maar dan gaat ie weer weg naar zijn kameraad/tooghanger.

Ik weet dus niet hoe hij heet, ik ken zijn gezicht niet en ik weet van geen afspraak om naar de film te gaan. Ik stap op hem af en vraag hem voorzichtig waar het over gaat. Blijkbaar had ik de dag voordien samen met hem aan de toog gehangen. Met zijn vriend trouwens ook, want die bevestigde het. Hij sprak me trouwens ook gewoon met mijn voornaam aan alsof we mekaar al jaren kenden.

Toch herinner ik me niks van beide jongemannen. Geen gezichten, geen namen, geen afspraak om naar de film te gaan. De eerste jongeman vertelt dat we in de late namiddag aan de praat raakten, dan een frietje zijn gaan eten en daarna zijn we op een cantus terechtgekomen in de kelder van het café. Van het hele verhaal weet ik absoluut niks. Ik vertel het ook, ik zeg dat ik wellicht veel te veel gedronken had en dat ik een volledige blackout heb gehad vanaf de late namiddig al. Het was ook zo gegaan, want er was rond de middag een feestje met gratis vaten en daar was ik natuurlijk bij.

Toch besluiten de twee jongemannen om me niet te geloven. Ze zeggen dat ze niks hebben gemerkt aan me. Ik was met hen heel de avond op stap geweest, en je kon niet zien dat ik dronken was. Dat is iets wat ik heel vaak heb gehoord, ook in mijn vriendenkring. Vaak wist ik van een halve avond niks meer en toch had niemand door dat ik dronken was.

Ik ben blij dat ik nu Cola Zero drink. Het is niet heel erg omdat ik die mensen niet echt kende. Maar ik schaam me nog altijd dood dat ik het ooit zo ver liet komen.

dinsdag 13 maart 2012

Kotbaas

Wie heeft er nog een kotbaas? Nee, ik al lang niet meer. Het is inmiddels 17 jaar geleden dat ik nog een studentenkamer had in Antwerpen. Toch heb ik nog steeds contact met mijn toenmalige kotbaas en kotmadam. Zo noemen we hen, we gebruiken nooit hun voornamen.

Het heeft trouwens jaren geduurd voor we wisten hoe ze echt heetten. De studenten waren er af en toe wel mee bezig. Hij zou de kotbaas nu heten? En de kotmadam? Het bleef lang een goed bewaard geheim. Ik heb me altijd afgevraagd waarom eigenlijk, want hun bedoeling was zeker niet om afstand te creëren. Je kon de situatie op mijn studentenkot vergelijken met de serie "de kotmadam". Eén verschil wel: ze woonden er niet.

Maar elke maandag werd er gepoetst. De kotmadam deed haar ronde en probeerde de studenten niet te storen. Dat lukt meestal niet. Ze waren allebei erg begaan met de studenten en een praatje slaan lukte altijd. Ook de kotbaas kon dat erg goed. Als er mankementen waren van technische aard, moest je bij hem zijn. De gemeenschappelijke keuken zorgde voor een hechte band tussen de inwonende studenten. Het ene jaar lukte dat beter dan het andere, soms botste het ook wel eens. Dan hadden we twee scheidsrechters die neutraal waren. Ze kwamen dan de puntjes op de "i" zetten.

Ik heb altijd een goeie band gehad met beiden. Tot op vandaag heb ik ook nog contact met hen. Af en toe komen we bij hen langs en dan wordt er een hapje gegeten en een avond gevuld met verhalen van toen. Ook mijn ventje is er dan bij. Dat was ook raar in het begin, want de periode op kot zat ik nog in de kast. Toch werd er nooit een probleem over gemaakt of iets in vraag gesteld. Ze zijn dan wel een jaartje ouder, maar het contact met jonge studenten heeft hen jong van geest gehouden.

Deze week kreeg ik telefoon. Er was een probleem geweest met de gezondheid dat enkele maanden heeft aangesleept. Het was ernstig en er was een ingreep nodig geweest. Nu is het beter en het is niet levensbedreigend. Ik vind het mooi dat die band er is. Elke maand word ik ook op de hoogte gehouden met de "kotkrant", een elektronische nieuwsbrief die het kotleven van nu samenvat. Maar binnenkort gaan we weer eten. Dit keer komen ze bij ons op bezoek. Ons appartement wilden ze wel eens zien. En het moet niet altijd van één kant komen, natuurlijk.

vrijdag 24 februari 2012

IO Vivat

Een drinklied uit mijn jonge jaren. Het lied werd als opener én als afsluiter van een cantus gezongen. Ik was als student lid van een aantal studentenclubs. Een normale student was bij één club, maar ik had er meerdere. Wellicht omdat de club van mijn school niet zo actief was in het studentenleven voor mensen die op een studentkamer woonden. Ik zat in een Atwerpse stadsschool en de meeste leerlingen kwamen van Antwerpen of omgeving. Weinig kotstudenten dus. Op kot kwam je toch vooral mensen uit andere povincies tegen, wat niet abnormaal is natuurlijk.

Dus ik vond het nodig om bij een andere club ook mee te doen om wat plezier te maken tijdens de week. Louter toevallig kwam ik terecht bij de Rodenbach. Dat was een studentenclub die als bindmiddel het biermerk had gekozen. Dat was eerder uniek, want meestal had je een club van de school of een welbepaalde richting. Of er waren regionale clubs die studenten verenigden van één provincie.

Maar niet zo bij de Rodenbach. Het principe was dat iedereen die het bier lekker vond (en er natuurlijk genoeg van kon drinken) welkom was. Helaas wou dat wel zeggen dat het in de praktijk enkel Westvlamingen waren. De brouwerij was gevestigd in Roeselare en wellicht daarom was het bier vooral in die kant van het land bekend. Maar het woord helaas was hier niet op zijn plaats. Ik kon goed overweg met Westvlamingen. Ze waren bekend om hun wilde feestjes. Alleen ja, de taal hè... dat was een beetje een probleem.

Ik was in de club meteen aanvaard. Ik was immers geen Antwerpenaar, maar een Kempenaar. Dat was voor hen een groot verschil. Ik kwam ook van den boerenbuiten. Met het dialect had ik het wat moeilijk, maar als de mannen met mij aan de toog hingen, wijzigde hun tongval lichtjes in iets dat voor hen Algemeen Nederlands was. Voor mij bleef het plat Westvlaams maar ik begreep het. Een aantal potten Rodenbach zorgden er trouwens voor dat het minder belangrijk werd wat je precies hoorde of zei, want alles werd grappiger.

De club was vooral gekend om hun cantussen. Dat waren de leukste van de stad. Maar op die cantus deed de preases (de voorzitter) en de cantor (de voorzanger) niet die moeite om hun taal lichtjes aan te passen. Ik was immers de enige niet Westvlaming in de club van 20 leden. Dus ik begreep van de cantus geen snars. Er kwamen wel wat regeltjes en vaste afspraken aan te pas. Iemand die zich schuldig maakte aan een foutje moest een ad fundum drinken. Dat gebeurde dus vaak in mijn geval. De enige woorden die ik ooit heb begrepen van de preases zijn dan ook: "Jan, ad fundum!". Dan wist ik dat ik iets verkeerd had gedaan, maar ik heb nooit geweten wat :-)

Eén keer per jaar reden we met een bus naar Roeselare waar we een cantus kregen aangeboden in de brouwerij. Er was ook eerst een rondleiding maar dat was een formaliteit. De dame die ons begeleidde wist dat, en zei telkens dat we dat allemaal nog kenden van vorig jaar. De toer was dan ook op een kwartiertje wel rond en dan konden we aan de Rodenbach Grand Cru beginnen. En liedjes zingen hè, want daar was het om te doen.

Ik heb in die club enorm veel plezier gemaakt en ik denk er nog af en toe aan terug. Het zijn niet de mensen die je kent voor het leven, maar dat hoeft helemaal niet. En 't is niet omdat ik nu enkel nog cola drink dat de herinnering daarom anders is. Het was gewoon dikke fun, elke keer.

maandag 19 december 2011

P.M.S.

Iets met beroepsoriëntering en studiekeuze. Maar wat de afkorting in die context precies wil zeggen, weet ik niet. Ik weet wel dat ze in mijn geval er niks van bakten.

Toen ik de lagere school vaarwel ging zeggen moesten we een P.M.S. test doen. Daaruit zou dan blijken welke richting ik best zou uitgaan. Het toeval wil dat ik dezelfde test twee keer heb gedaan. Ik weet niet meer precies hoe dat kwam, wellicht had het te maken met de lagere school die ik verliet en de nieuwe school die ik ging kiezen. In elk geval, op een periode van enkele maanden werd ik twee keer getest.

De eerste keer concludeerde men dat ik best beroepsonderwijs zou kiezen. Wellicht was gebleken dat ik iets creatiefs moest doen met mijn handen. Iets bouwen, metselen of in elkaar schroeven denk ik dan. En daar waren wellicht ook wel redenen voor. De tweede keer dat ik de identieke test deed, moet er iemand geweest zijn die de resultaten anders interpreteerde. Ik zou immers beter kiezen voor het ASO, en best een richting met veel Latijn.

Het is uiteindelijk geen van beide geworden. Ik heb moderne gedaan met veel wiskunde: wetenschappelijke A heette dat toen. Ik ben dus geen metser geworden en ik geef ook geen Latijn. Vele jaren later moest er opnieuw gekozen worden. Ook daar ging ik langs bij het P.M.S. om hulp te vragen. In feite had ik al een school gekozen waar ik hoger onderwijs wou volgen. Maar omdat ik in een katholieke school zat, was de naam van de stadsschool in Antwerpen niet bekend bij het P.M.S. Of ze wilden het niet zeggen, dat is eerder mijn vermoeden. Ik zou beter naar Diepenbeek gaan, omdat je daar ingenieur kon worden op de katholieke manier.

Toch heb ik de raad niet opgevolgd. Ik ben in Antwerpen terecht gekomen en heb daar nooit spijt van gehad. Ik ben uiteindelijk nooit ingenieur geworden, maar informaticus. En ook dat is louter toeval want ik had niets gepland in die richting. Ik had nog wel in avondschool informatica "gedaan", maar dat heeft geen kennis opgeleverd. Enkel een diploma dat ik nooit heb benut.

Ik vind het een heel moeilijk vraagstuk. Als je jong bent, wat wil je dan worden? En wat wil je nu zijn? Is het uiteindelijk gelopen zoals je het gepland had? Allemaal vragen waar ik geen antwoord op heb. Ik weet alleen dat ik nooit echt een plan had. En dat alles wat gebeurd is eerder toeval is. In mijn geval heeft geen enkele beslissing van toen invloed gehad op wat ik nu doe. Niet de test uit de lagere school, niet de keuze om ingenieur te proberen, en ook niet het diploma informatica. En wie weet wat kan ik daar binnen tien jaar aan toevoegen? De tijd zal het leren...

zondag 25 september 2011

Eletricien

Vandaag ben ik even electricien. Gisteren was ik dat ook. De keuken wordt weldra geplaatst en de nodige stopcontacten en lichtschakelaars dienen voorzien te worden. That's my job.

Electricien had ik nog kunnen worden. Ik ben het zelfs geweest! Officieus hè... toen ik "studeerde". Ik had mijn studie industrieel ingenieur moeten beëindigen na het derde jaar. Niet na 3 jaar, maar na het derde academiejaar in de studierichting. Daar had ik helaas al vijf jaar over gedaan. Maar mijn tweede zittijd in het bisjaar was weer onvoldoende en dus moest ik stoppen. Te veel gefeest !

Om dan toch nog een diplmoma te hebben, ben ik gestart met de richting industriële informatica in avondlessen. Officiëel ben je dan werkzoekend, want overdag doe je dus niets. Ik moest me dan ook af en toe aanmelden bij de VDAB, want ik moest solliciteren of bijscholen. Maar omdat ik al avondles volgde, telde die mee en liet men mij wijselijk met rust.

Want overdag was ik dus electricien. Sssst... niet zeggen hé. Werkloos, remember? Ik renoveerde studentenkamers en alles wat er mee verband hield. Dat ging soms redelijk ver. Ik heb eens een broodjeszaak ingericht, dat was een uitdaging omdat alles er zwaarder is. Niet alleen electrisch gezien maar qua kilo's natuurlijk ook. Daar waren dus mottig veel wettelijke bepalingen die je moest volgen om de installatie te laten goedkeuren. Begrijpelijk wel, als je de veiligheid moet garanderen... Daar heb ik dus voor moeten studeren, want ik heb dat nooit geleerd. Maar het werd goedgekeurd! Ik was er door!

In de gang van mijn studentenkot was er een tijdschakelaar geplaatst die na zo veel seconden het licht uitschakelde. Ne minuterie heet dat volgens mijn toenmalige kotbaas. Maar die begaf het altijd. Ik met mijn grote mond gezegd dat ik dat beter zelf kon maken. Zijn toestel werkte mechanisch, en ik zou dat wel eens electronisch in mekaar steken! Wel, ik heb dat gedaan. Vorig jaar zag ik mijn kotbaas terug, en wat blijkt? Het werkt nog altijd! Bijna 20 jaar later. Ik met mijn grote mond... had gelijk :-)

Maar dat deed ik gewoon heel graag. Mijn drinkebroeder was jarig en ik wou een origineel cadeau geven. Het was onze Hoegaardenperiode. Ik had een flesje Hoegaarden met een glassnijder opengesneden en er een hoop electronica in gestopt. En een batterij. Als je aan de kroonkurk draaide, verschenen de letters "Space Pat" in een mini lichtkrant in het flesje. Hij moest er erg om lachen. Vooral om het feit dat ik zo veel tijd had verspild om het te maken. Ga naar de les in plaats van zo te prutsen! Ach ja... een hobby hè.

En toch ben ik informaticus geworden. Het had net zo goed richting electronica kunnen gaan. Of electricien dus. En vandaag dus ook eventjes weer. Voilà, eerst een ontbijt, een mindfulness oefening en ik ben geconcentreerd om te gaan "elektrieken" !

donderdag 22 september 2011

Zelfstandig

Dat ben ik. Het heeft veel facetten, maar je kan die allemaal op mij toepassen.

Wonen

Ik heb als puber gemerkt dat het een eigenschap is die erg in me zit. Ik moest heel jong al een aparte slaapkamer hebben. Ik wou ook niet dat iemand anders daar te veel aan morrelde. Mijn moeder poetste de slaapkamers van de kinderen, maar bij mij mocht ze na een tijd niet meer binnen. Ik was veel bezig met electronische spullen en af en toe gingen er dingen stuk als ze wat enthousiast opruimde. Het resultaat was dan ook dat mijn slaapkamer voor eeuwig een gigantische puinhoop was.

Leven

Daarna volgde mijn studentenkot. Er ging een hele wereld voor me open. Zelf voor je eten zorgen! Zondag was traditioneel grote familiedag, en er werd veel gekookt. De mama wou telkens restjes meegeven, maar ik wou dat niet want ik wou het allemaal alleen kunnen.

Mijn studententijd was vooral mijn platte goesting doen. Het resultaat was dat ik academisch gezien geen gigantische successen heb geboekt. Industrieel ingenieur ben ik niet geworden. Op het einde van de derde jaar moest ik de handdoek in de ring gooien. Te weinig lessen gevolgd, te veel gefeest. Daarna in avondonderwijs nog wel een A1 informatica behaald, maar 7 jaar studies hadden meer kunnen opleveren.

Relatie

Hetzelfde verhaal. Ik heb niet dezelfde interesses als mijn ventje. We hebben andere hobbies, en andere mensen waar we mee omgaan. Ook wel gemeenschappelijke vrienden, maar je kan ons toch moeilijk vergelijken met een klassiek man/vrouw gezin met kindjes.

Werken

Mijn eerste job als bediende heb ik slechts vier jaar kunnen volhouden. Dan is duidelijk geworden dat ik echt niet voor een baas kon werken. Hoewel ik met mijn toenmalige werkgever een heel goede verstandhouding had, hij was ook programmeur en we dachten over veel zaken in dezelfde richting. Maar het is foutgelopen toen hij besliste zijn klein bedrijfje inclusief werknemers (me too!) te verkopen, en ik kwam terecht in een bedrijf met een 20-tal werknemers. Ik heb er nooit mijn draai gevonden. Veel mensen die dachten alles beter te weten dan ik. Plots had ik het gevoel dat ik 5 bazen had. Ik moest ja knikken en onzinnige dingen programmeren.

Ik ben heel hard weggelopen. En dan dus zelfstandige geworden. Niet gemakkelijk! Na een jaar besliste mijn accountant (ja die had ik toen al) dat ik beter een éénmansbedrijfje zou oprichten. Fiscaal veel interessanter. Ook niet gemakkelijk! Het is zelfs een aantal jaren heel slecht gegaan. Gelukkig is dat nu al een tijd heel wat beter.

Ik ben nu 11,5 jaar verder en ik zou dit voor geen geld willen missen. De vrijheid die je hebt, de beslissingen die je (voor zo ver het kan) zelf kan nemen. Als het even niet vlot gaat kan ik beslissen om te stoppen voor vandaag. Gaan lunchen, iets gaan drinken, gaan shoppen. Heerlijk.

Maar er zijn minpunten. Niet werken is geen geld verdienen. Als je ziek wordt, is het dikke miserie. Je kan wel je netto-inkomen gedeeltelijk waarborgen, maar je zaakje zelf draait niet als je er niet bent...

Het is een keuze. Een moeilijke, maar voor mij een noodzakelijke. Want het zit in de genen, ik heb het van mijn moeder. Soms beklaag ik die keuze, want ze heeft me al erg veel kopzorgen bezorgt. Maar ik weet dat het alternatief voor mij niet werkte. Misschien denk ik er ooit weer anders over, maar voor nu:

Agora Software is cool ! :-)