zondag 8 juli 2012

Krieken en stenen

Krieken moesten in bokalen. Er was een lopende band die het grote werk deed, maar het fijne werk en de controle gebeurde met mensenhanden en -ogen. Ik denk dat het Suzanne was van Interlabor die me deze job had aan de hand gedaan. Maar ik ging ook naar andere interimkantoren toen ik in de middelbare school zat. Tijdens de vakantie moest er naast herexamens ook gewerkt worden. Maar meer dan enkele weken hield ik het nooit vol hoor.

Hier ook niet trouwens. Het bedrijf uit Hoogstraten hield zich bezig met verwerken van fruit en groenten. En ik mocht dus aan de lopende band gaan staan. Drie dagen heb ik er gestaan. Wellicht tot dan toe de drie rottigste dagen uit mijn leven. Je kan je geen meer afstompend en onnozel werk voorstellen dan glazen bokalen bijeen pakken en verzamelen in kartonnen dozen van zes. Dat is toch wat ik dacht na drie dagen. Hoe kon ik daar nu enige voldoening in vinden?

Maar de week was nog niet voorbij, en ik had weekcontracten bij Suzanne. Donderdagochtend kwam de ploegleider langs en hij had heuglijk nieuws voor me. Ik moest niet meer aan de band staan. Joepie! Vanaf nu mocht ik alle kartonnen dozen die we hadden volgeladen en opgestapeld opnieuw openen en de bokalen er weer uitnemen. Er was een fout gebeurd met de werkbon, en de verpakking in dozen van zes was niet wat de klant wou. Hoe het wel moest herinner ik me niet, maar ze moesten in elk geval weer uit de doos.

Ik werkte samen met andere mensen die deze job al heel hun leven deden. Ze waren verheugd door het feit dat ze enkele dagen niet meer aan de band moesten staan. Maar ik kon het met mijn verstand niet verwerken. Hoe kon ik nu de weinige voldoening die ik zocht nog terugvinden als ik het werk van de afgelopen dagen weer om zeep moest helpen? Maar niemand anders stelde zich die vraag. De zin of onzin van het werk werd nooit in vraag gesteld. Maar ik heb na de week het contract niet verlengd. Niet omdat het werk te zwaar was, maar ik kon niet overweg met die gedachte.

Enkele jaren later had ik een job in een steenbakkerij. Samen met een harde werker die zijn pensioen naderde moest ik stenen stapelen op paletten. Het was zeer zwaar werk maar hij deed het heel vlot. Ik heel wat minder, maar dat was hij gewend van studentjes. Als de pallet bijna vol was, moest hij tellen hoeveel stenen er op lagen. Je moet dus bedenken dat de man al heel zijn leven dezelfde stenen op diezelfde paletten rangschikte. Hij wist intussen dat door de manier van werken één laag stenen exact 80 stuks bevatten. Hij wist ook dat vandaag 8 lagen werden op elkaar gelegd. Dat kon soms anders zijn, maar vandaag dus 8. Dan werd het moeilijk. Hij neemt pen en papier om uit te rekenen hoeveel 8x80 is. Ik zeg dat het 640 is, en dat hij zijn papiertje toch niet nodig zal hebben. Hij kijkt me aan vol ongeloof en zegt nog iets van studentjes die het altijd beter willen weten.

Natuurlijk gelooft hij me niet. Dus hij neemt zijn papiertje en rekent het na. Mijn verbazing stijgt nog als ik zie dat hij niet 8 maal 80 gaat uitrekenen, maar hij schrijft 8 keer het getal 80 onder elkaar. Dan trekt ie een lijntje en hij begint ze op te tellen. Zijn verbazing was enorm toen bleek dat mijn antwoord juist was. Hij vroeg me hoe ik dat deed, zo rekenen. Want hoe kan een mens hoofdrekenen met zo'n grote getallen? Dat snapte hij niet.

Maar stenen tassen deed hij zeker twee keer zo snel als ik. Ook daar heb ik maar één week gewerkt, dit keer omdat het echt te zwaar was. En dan heb ik pas beseft hoe blij ik ben met het talent dat ik heb gekregen. Blij dat ik door een klein beetje na te denken mijn brood kan verdienen, want het andere werk kon ik fysiek niet aan, maar ook mijn geest was er blijkbaar niet voor gemaakt. Ik werd er gek van.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen