woensdag 27 maart 2013

De rode stier

Twee mensen kruipen voor. Het is onbeleefd als je dat doet, maar ze vroegen het aan de dame voor me én aan de dame die daarvoor stond. De vraag is niet zo vreemd, want de mensen hadden enkel elk één dun blikje frisdrank bij. Ik denk dat het frisdrank is, maar ik ken het niet. De supermarkt heeft vreemde blikjes die je niet gewoon bent. Er staat wel een logo op dat heel bekend lijkt, maar als je het nader bekijkt lijkt vooral de kleur en de vorm van het blik bekend. Normaal zou ik verwachten dat zo'n blik je vleugels geeft, maar helemaal zeker weet ik het niet. Er staat namelijk een andere naam op, maar wellicht is de inhoud toch wel de kopie van het origineel. Wellicht is dat ook de reden waarom ze het kopen.

Het is niet vreemd dat de twee jonge mensen dat vragen. Ik kom net achter de tweede dame staan met mijn winkelwagen. Ik hoor net het laatste deel van het gesprek tussen de dames. Ik kan er al het vorige uit afleiden. De dame die het dichtst bij mij staat, vraagt ook aan mij bevestiging. U vindt dat toch ook niet erg, meneer. Dat die twee jongemannen voorkruipen, verduidelijkt ze. Natuurlijk niet, antwoord ik. Ik heb er trouwens niets mee te maken, want ik kom er net aan. De heren hadden dus al een plaats voor mij in de rij. Ik zeg dan ook dat het geen probleem kan zijn, ook al zou ik het niet eens zijn met hun gedrag.

We raken aan de praat en omdat ze in mijn winkelkar een item herkent, beseft ze plots dat dat ook op haar boodschappenlijstje stond. Ik zeg nog dat het een imaginair lijstje moet zijn, want ze heeft niks vast. En als het een echt lijstje was, zou ze het toch niet vergeten? Daar dienen lijstjes toch voor? Och meneer, zegt ze... op mijn leeftijd helpt zo'n lijstje al lang niet meer. Ik bevestig dat ik het gevoel ook op mijn leeftijd al herken. Ze moet er erg om lachen en gaat even terug de winkel in. Ze laat de kar achter en vraagt of ik erop wil letten.

Ze komt terug en zet de sociale babbel verder. De heren hebben hun drankjes afgerekend en de eerste dame die volgde is nu aan de beurt. De babbel en de grapjes gaan verder. Ik raak ook aan de praat met de eerste dame en nu is ook de kassière betrokken partij. De dames betalen hun rekening één voor één en nemen afscheid met een glimlach en een groet. Ergens moet er iets gezegd zijn dat grappig was, want de jongedame die de kassa bedient lacht nog steeds. Ik ben even kwijt wat het precies was, maar ik heb het blijkbaar gezegd. Ook deze juffrouw neemt afscheid met een hartelijke groet.

Toen ik in de Delhaize stond was het anders. Mensen spraken me soms aan, maar ik vermeed elk contact. Ik herinner me dat ik heel erg in de gaten hield waar de minste mensen stonden. Ik keek ook naar de winkelkarretjes om te zien hoeveel boodschappen erin lagen. Niet enkel de lengte van de rij, maar ook de hoogte van de gestapelde boodschappen telde mee. Ik had het heel erg moeilijk aan kassa's omdat ze angsten veroorzaakten. Ze waren onverklaarbaar, maar ze waren er altijd. Een aantal keer heeft de dame achter de kassa zelfs gevraagd of alles goed met me was.

Ze werden veroorzaakt door alcohol. Te veel drinken zorgt voor angstaanvallen. En die zijn erger in situaties waar je vast zit, of waar veel mensen zijn. Een plaats waar mensen aanschuiven is dus nog erger. Mijn psychologe had ooit gezegd dat het wellicht een lichte vorm van agorafobie was. Stel je voor! Ik? Agora is een deel van mijn firmanaam! Ik kan toch geen agorafobie hebben! Maar toch was het daar. En het was heel prominent aanwezig. Zo erg dat ik niet kon wachten om te kalmeren als ik de supermarkt verliet. Daarom kocht ik altijd een blik bier uit de koeling. Als ik nu iemand een blik bier zie drinken op straat voor de supermarkt, stel ik me telkens vragen. Ik vraag me af of het bij hem ook zo is.

Ze vroegen me aan de tafel of het nu anders is. Of je nu anders omgaat met de gewone dagelijkse, normale dingen.

Dat zal wel zijn!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen