woensdag 20 november 2013

De harde klap

Er was actie nodig, en ik wist het. Nog lang voor er echt iets zou veranderen, wist ik het.

Je kan het moeilijk vatten in maanden of jaren, maar wellicht was dat laatste simpeler. Het was het moment dat ik wist dat ik mijn gedrag moest aanpassen, want zo kon ik niet verder. Ik kon stoppen hoor, geen enkel probleem. Zeg me vandaag dat ik niks meer mag drinken, en ik stop meteen. Ik ben niet verslaafd hoor, gewoon af en toe, weet je...

Af en toe wordt het allemaal te veel. Af en toe wil ik heel eventjes nergens meer aan denken. Ik wil die ene gedachte die me 's morgens wakker maakt en heel mijn hoofd overspoelt gewoon weg. Ze moet weg uit mijn hoofd, maar dat lukt niet. Ze blijft alles overheersen, elk woord dat ik spreek, elk ding dat ik doe, elke beslissing die ik niet durf nemen. Ze is daar altijd. Heel de dag. De ganse dag.

Eén manier heb ik gevonden die helpt. Ik drink een paar glazen en de gedachte verwatert. Er komt ruimte voor blijdschap en geluk. Ik verwarde die dingen toen nog, toen euforie binnenglipte, vermomd als blijdschap en geluk. Het deed deugd, want twee vliegen waren in één klap keihard doodgemept. De alles overheersende gedachte was weg en het zich waardeloos voelen werd jezelf koning voelen.

Maar ik had niks nodig om het te doen stoppen. Ik had echt geen hulp nodig, laat staan goede raad. Ik besliste zelf over mijn lot en als anderen er anders over dachten, was het jammer voor hen. Ik deed immers niemand kwaad. Af en toe iets drinken om even de zorgen te vergeten, dat doet iedereen toch?

De gedachte veranderde. Het duurde lang, maar alles werd langzaam anders. De euforie kwam niet meer en de zorgen gingen minder makkelijk weg. De gedachte werd soms zelfs erger in plaats van minder. Ik nam meer medicijn, want ik wist dat het hielp. Het had altijd al geholpen, dus waarom zou het plots stoppen? Maar toch deed het dat. Plots was het gedaan. En nu wist ik wel dat het te laat was. Ik wist het omdat er angst kwam en bevende handen. Rare gedachten en nerveuze trekken als er mensen in de buurt kwamen. Normaal zijn kostte me veel moeite en zonder een glas lukte dat niet meer. Ik zei nog wel dat er geen probleem was, maar geloofde het zelf niet meer.

Het ligt achter mij en ik kan nu geen goede raad geven. Ik doe het soms, maar hij is te hard. Je kan dat gewoon niet doen, iemand zo tegen de muur laten botsen tot ie zijn hoofd zoveel pijn doet dat hij wakker wordt. Ik weet dat het onmenselijk is om een stap terug te zetten als iemand in nood is. Maar wat als er geen hulp welkom is? Wat als er alleen woede terugkomt en verwijten?

Ik botste heel hard en ik had het nodig. Anderen die ik later leerde kennen ook. We moesten allemaal die harde klap voelen. De klap hoort er bij, maar het maakt alles extra moeilijk. Hoe kan je nu zelf wachten tot ie daar is?

Maar misschien is het deze keer wel anders.

Ik hoop het.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen