maandag 28 januari 2013

Berlingo

De avond valt en de trip naar huis doet me aan niks denken. Er is niks speciaals gebeurd vandaag en de trip lijkt op de trip die ik gisteren ook deed. Ze lijken allemaal op mekaar. De trips naar huis, de avond die volgt, de nacht die ik te laat begin. Ik weet wel dat ik moet gaan slapen op een deftig uur nu. Het is nu zeker twee jaar geleden dat ik de student uithing.

Het was trouwens heel relatief hoor. De laatste twee jaren deed ik enkel avondschool. Overdag was ik werkloos voor de fiscus en de VDAB. In realiteit was de namiddag wel vaak gevuld met renoveren van studentenkamers. De avond bracht ik vaak door achter de discobar van het studentencafé onder de kamers. En al die andere avonden was ik ofwel op mijn kamer ofwel zat ik aan de andere kant van de discobar. Aan die kant gaf ik het geld uit dat ik verdiende.

Nu is het toch wel anders. Dat ik echt een job heb, ik vind het nog steeds raar. Het eerste loon viel tegen twee jaar geleden. Ik had pas enkele maanden later door dat ik nu minder verdiende. Raar toch, niet? Fulltime werken en minder verdienen. Toch was het zo en het maakte me boos. Ik had medelijden met mezelf.

De job was fijn en de uitdaging groot. Maar twee jaar later werd de eerste vloedgolf afgeremd. De software die ik gemaakt had, werkte nu echt. Ik was er fier op, maar de invulling was weg. Ik had enkel een paar uur per dag werk en de rest werd opgevuld met andere, kleinere projecten. Ik kreeg de rommel die de andere programmeurs niet wilden doen. Ik kreeg ook hun computers en hun schermen. Ze werden doorgeschoven als ze een nieuwe kregen. Ik was de nakomer die de oude lange broeken van zijn broers moest afdragen. Ik had medelijden met mezelf.

Ik kreeg een firmawagen. Geweldig! Toen bleek dat het een Citroën Berlingo was. Dat is zo'n kleine camionette met laadruimte. Er stond reclame op van onze software. Vrienden en familie vroegen me: is dat nu wat je programmeert? Nee... dat is dat grotere programma. Dat wat de collega's hebben geschreven. Voor dat van mij maakt men geen reclame op bedrijfswagens. Toen werd beslist dat ik de wagen moest delen. In de week kreeg ik hem, en in 't weekend ging ie mee met een collega. Ik had medelijden met mezelf.

Ik weet niet waarom ik bier in huis heb. Er was volk geweest een tijd geleden. De overschot staat er nog. Voor één keer drink ik een pint bij m'n eten. Nèh! En voor de tv ook één. Ik heb het verdiend, want ik heb het niet goed. Ik zal wellicht altijd vrijgezel blijven en mijn huurappartement is te klein. Het werk is niet meer wat ik wou. Het valt allemaal tegen. De firma is te klein en ik ben onderbetaald. Ondergewaardeerd vooral, want het is geen financiëel probleem. Dat komt er gewoon bij. Pfff... diepe zucht. Hoeveel stonden er nu in die bak? Ik weet het niet meer.

Gelukkig moet ik er nooit vroeg uit. Ik word wakker tegen 11u. Man, man, wat een kater. Ik moet zeker een pint of 10 à 15 gedronken hebben gisteren. Ik rijd maar snel naar het werk. Na de middag durf ik nu toch ook niet binnenkomen. Zo flexibel zijn ze niet, vrees ik. Weet je wat vreemd is? Ik voel me goed. Het doet me denken aan vroeger. Een kater doet pijn, maar je geniet na van de roes. Ik was vergeten hoe dat voelt. Gisteren was ik even alles vergeten en dat deed deugd. Nu ik eraan terugdenk, ik was zelfs heel blij gisterenavond. Toch schaam ik me wel een beetje. Maar ik ga dat zeker nog eens doen.

Ik was 27 of 28 toen dit gebeurde. Het was de eerste keer dat ik 's avonds alleen iets dronk. Ik weet het nog goed omdat ik jaren aan een stuk heb gedacht dat die dag mijn verslaving ontstaan was. Mijn psycholoog heeft het uit mijn hoofd gepraat. Het was er altijd al, dit was gewoon een moment. De aanleiding maar niet de oorzaak. Was het toen niet gebeurd, dan zou het later gebeuren. Het is iets dat in me zit.

Dat beseffen was de grootste stap. Wat jammer dat die pas tien jaar later kwam.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen