donderdag 3 april 2014

Poepeloe, poepeloe, poepeloe-re-zat

Voor alles moet een eerste keer zijn, dacht ik vanavond aan onze tafel. De vaste chairman (eigenlijk chairwoman) kon er niet zijn en daarom had ik de opdracht gekregen om de deuren te openen. Dat wil zeggen dat je drie kwartier voor de vergadering begint, het lokaal moet openen om eventueel nieuwe mensen op te vangen die al wat vroeger binnenkomen om eerst even kennis te maken.

Zo waren er dus twee. Ik was nog in gesprek met de eerste toen een tweede man binnenwaggelde. Normaal staat in het reglement dat iedereen die een probleem heeft en de bereidheid toont om er iets aan te doen, welkom is. Mij was niet meteen duidelijk of dat tweede wel waar was want als ik op de algemene indruk moest afgaan was dat zeker niet het geval. Wel vaker zag ik mensen die duidelijk niet langer dan enkele uren nuchter waren aan onze tafel aanschuiven, maar een regelrechte zatte mens die nauwelijks nog kon gaan, zag ik hier nog nooit.

Even was er twijfel wie de taak van chairman ad interim op zich zou nemen, maar ik heb daar voor gepast. Het is sowieso geen goed idee om mij voorzitter te maken omdat ik suf ben van de medicijnen. Maar vandaag kwam er een extra moeilijkheid bij, ik weet namelijk niet hoe je zo'n situatie best aanpakt.

Toch is dat allemaal erg goed gelukt. De vrijwilliger die eventjes de vergadering wou leiden, heeft dit wonderbaarlijk goed aangepakt. Het principe van de tafel werd enkele keren duidelijk gemaakt, want dat komt niet overeen met hoe het aan de toog eraan toe gaat. Hier moeten mensen zwijgen als anderen spreken en als je diep in 't glas keek, lukt zoiets helemaal niet. Hij kwam dan ook vaak tussen met opmerkingen die niemand echt begreep, maar al bij al konden we toch de schade aan de vergadering tot een minimum beprerken.

Toen ie aan 't woord kwam, bleek trouwens dat het een oude bekende was voor sommigen. Met de duur van de meeting steeg het aantal jaren dat ie nuchter was geweest. Maar dat het ergens tussen tien en vijftien zat, kon iemand beamen. Hij kende de man van lang geleden toen ie met succes de drankduivel kon bedwingen.

Er komt dan zo'n punt waar je denkt: is dat nu allemaal nog wel nodig. Ik bedoel maar: stel dat je al vijf of tien jaar elke donderdag komt vertellen dat je zo'n dronkaard was vroeger, dan denk je na een tijdje dat iedereen het wel weet. Je denkt ook makkelijk dat je verworven nuchterheid met de jaren sterker wordt, en dat je na een tijdje al die AA bla bla niet meer nodig hebt.

"Ik kan het wel alleen", moet ie gedacht hebben. Waarbij vandaag het bewijs op tafel ligt: nee, dat kan je dus niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen