Ik hou niet van die naam. Maar ik hem hem gekregen en zal ermee door moeten gaan zeker? Wat me opvalt, en dat is al jaren zo, is dat bijna niemand me ooit aanspreekt met mijn normale voornaam.
Het eerste probleem is dat hij veel te vaak voorkomt. Toen ik in de lagere school zat, was er altijd wel een andere jongen die ook Jan heette. De leraars spraken iedereen met de voornaam aan, bevalve de Jannen. Om het onderscheid te maken, kwam er altijd de familienaam achter.
En dan mijn vrienden. Bijna niemand noemt me gewoon Jan. In het middelbaar was het een hele tijd Jake (op z'n Engels) en daarna Jakke (op z'n boers). Ik heb ook lang een Jean-periode gehad. De laatste jaren werd het uiteindelijk Adri, de eerste letters van mijn achternaam.
Online gameplatforms van de Xbox en de Playstation kennen me als Agora. Dat moet ook in 't Engels uitspreekbaar zijn, want je kan met de andere gamers spreken door een oortje. Vaak zijn dat toch Amerikanen, en die hebben nu eenmaal last met Vlaamse namen.
In de hogeschool werd het wel wat te gek. Ik zat toen qua kilo's op mijn hoogtepunt, maar ik was gekend als "kleinen Adri". Alleen al die naam samen met mijn verschijning moet hilarisch geweest zijn. Maar ik was de broer van den Adri, hij is me 2 jaar voorgegaan in de studentenstad en hij had al de bijnaam Adri. Ik was de kleine broer, dus "kleinen Adri".
En nu is het een megeling van allerlei namen door elkaar. Vaak is het nog Jean , soms Jeanke en sinds anderhalf jaar dus ook Jangeox. Dat is op z'n minst wel een uniekere naam. Toch gaf het al problemen, want niet iedereen legt de link met een schoenenmerk. Sommigen dachten dat het op z'n Engels moest worden uitgesproken, maar dan krijg je dzjandzjox, of zoiets. Ik heb ook even mijn online naam veranderd bij Playstation Network, en effectief, de Amerikanen spreken het ook zo uit. Dus online ben ik weer Agora.
Maar in het echt eigenlijk gewoon Jan.
En ik vind het nog altijd maar gewoon...
Als je mij niet kent, dit ben ik in 10 trefwoorden.
Ik hou van: Werner, Azerty & Querty, gadgets, Agora Software, Geox
Ik hou niet van: diabetes I, hernia, alcohol, afscheid
maandag 7 november 2011
zondag 6 november 2011
Spijt
Ik moest eventjes nadenken toen ik deze titel op een andere blog las. Ik wou er op reageren omdat ik het heel erg herkende. Tot vier keer toe heb een reactie geschreven en daarna weer gewist. Blogs zijn geen discussiefora. Ik moet nadenken voor ik zoiets schrijf.
Ik heb geen spijt. Ik heb nergens spijt van. Het klinkt arrogant, want het lijkt alsof ik dan van mezelf vind dat ik altijd gelijk had. Dat ik nooit fouten heb gemaakt, of dat ik zo sterk in mijn schoenen sta dat spijt me niet treft. Maar niets is minder waar. Ik heb wel veel fouten gemaakt. Verkeerde keuzes en inschattingen die me al heel zuur zijn opgebroken.
De keuzes waren fout en als ik toen had geweten wat ik nu weet, dan zou ik de keuze wellicht niet maken. Of toch een andere aanpak zoeken. Je zou dan denken dat ik daar spijt van moet hebben, en toch is het niet zo. Het probleem zit in de zin "als ik toen had geweten...". Ik kon het toen niet weten, want ik had de levenservaring niet om de juiste keuze te maken. Ik heb een keuze gemaakt, en later pas bleek dat ze fout was. Het is dus een leerproces dat nodig was om vandaag te zijn wie ik nu ben.
Dat wil zeggen dat ik in het vervolg niet dezelfde fouten zal maken. Daarom ben ik blij met de fouten die ik heb gemaakt. Niet dat ik ze omarm, want het heeft me al een hoop miserie gekost. Maar ze zorgen ervoor dat ik nu sterker ben en de dingen hopelijk juister kan inschatten in de toekomst. Dat blijft natuurlijk koffiedik kijken.
Lang heb ik wel veel spijt gehad. Spijt dat ik niet de juiste studiekeuze heb gemaakt. Zeven jaar hoger onderwijs was achteraf bekeken nutteloos want ik heb er niets geleerd, was veel gebuisd en ik heb in mijn latere jobs nooit één letter leerstof nodig gehad. Ik heb zelfs het diploma dat ik uiteindelijk toch behaald heb nooit nodig gehad. Op mijn sollicitatiegesprek kwam het niet ter sprake. Sterker nog, toen ik het bedrijf na enkele jaren verliet zei mijn toenmailige baas: Jan, je hebt dat eigenlijk altijd heel erg goed gedaan voor iemand zonder diploma. Wabief? Hij wist dus zelfs niet dat ik een A1 informatica had.
Spijt heeft me in de put geduwd. Het heeft me beperkt in wat ik nog deed, wat ik aandurfde. Ik was bang om nog iets te doen omdat het toch zou foutlopen. Het veroorzaakte veel zelfmedelijden. Ik werd kwaad op heel de wereld omdat alles zo oneerlijk was.
Ooit zag ik een aflevering van Friends. Monica's Visakaart wordt gestolen. Op haar afschriften verschijnen allerlei uitgaven voor zaken die de dief doet met haar Visakaart. Ze is jaloers op de activiteiten die de dief allemaal doet, en ze gaat er achteraan. Ze ontmoet de dievegge en ze vindt het een prachtige vrouw. Het is iemand die elke dag iets nieuws probeert en vaak mislukt. Maar af en toe lukt er één dingetje en dat blijft ze doen. De rest vergeet ze zonder spijt te hebben. De aflevering was heel grappig, dat hoort zo bij een sitcom. Maar ik heb ze altijd onthouden omdat ik jaloers was op de dief.
Mijn psychologe heeft mij dit allemaal ingefluisterd. Ze zei: probeer zeven dingen en als ééntje lukt kan je blij zijn. Je moet geen spijt hebben dat je de zes andere probeerde en faliekant mislukte. Vergeet ze en hou de zevende vol. Dan heb je er ééntje dat je plezier brengt en van de anderen weet je dat je het niet kan. We hebben een lijstje gemaakt van dingen die ik wou doen, maar niet durfde. Ik ben uiteindelijk niet in een helicopterclub gegaan, maar wel in een schuttersvereniging. Ik ben niet opnieuw DJ geworden, maar ik ben wellicht wel een beetje onderweg. Dat ik een Mindfulness CD en een yogamatje in huis zou halen, dat had ik nooit verwacht. Mijn vaste donderdag was ook een opdracht van de psychologe. Ik ben haar eeuwig dankbaar.
Ik heb geen spijt. Ik heb nergens spijt van. Het klinkt arrogant, want het lijkt alsof ik dan van mezelf vind dat ik altijd gelijk had. Dat ik nooit fouten heb gemaakt, of dat ik zo sterk in mijn schoenen sta dat spijt me niet treft. Maar niets is minder waar. Ik heb wel veel fouten gemaakt. Verkeerde keuzes en inschattingen die me al heel zuur zijn opgebroken.
De keuzes waren fout en als ik toen had geweten wat ik nu weet, dan zou ik de keuze wellicht niet maken. Of toch een andere aanpak zoeken. Je zou dan denken dat ik daar spijt van moet hebben, en toch is het niet zo. Het probleem zit in de zin "als ik toen had geweten...". Ik kon het toen niet weten, want ik had de levenservaring niet om de juiste keuze te maken. Ik heb een keuze gemaakt, en later pas bleek dat ze fout was. Het is dus een leerproces dat nodig was om vandaag te zijn wie ik nu ben.
Dat wil zeggen dat ik in het vervolg niet dezelfde fouten zal maken. Daarom ben ik blij met de fouten die ik heb gemaakt. Niet dat ik ze omarm, want het heeft me al een hoop miserie gekost. Maar ze zorgen ervoor dat ik nu sterker ben en de dingen hopelijk juister kan inschatten in de toekomst. Dat blijft natuurlijk koffiedik kijken.
Lang heb ik wel veel spijt gehad. Spijt dat ik niet de juiste studiekeuze heb gemaakt. Zeven jaar hoger onderwijs was achteraf bekeken nutteloos want ik heb er niets geleerd, was veel gebuisd en ik heb in mijn latere jobs nooit één letter leerstof nodig gehad. Ik heb zelfs het diploma dat ik uiteindelijk toch behaald heb nooit nodig gehad. Op mijn sollicitatiegesprek kwam het niet ter sprake. Sterker nog, toen ik het bedrijf na enkele jaren verliet zei mijn toenmailige baas: Jan, je hebt dat eigenlijk altijd heel erg goed gedaan voor iemand zonder diploma. Wabief? Hij wist dus zelfs niet dat ik een A1 informatica had.
Spijt heeft me in de put geduwd. Het heeft me beperkt in wat ik nog deed, wat ik aandurfde. Ik was bang om nog iets te doen omdat het toch zou foutlopen. Het veroorzaakte veel zelfmedelijden. Ik werd kwaad op heel de wereld omdat alles zo oneerlijk was.
Ooit zag ik een aflevering van Friends. Monica's Visakaart wordt gestolen. Op haar afschriften verschijnen allerlei uitgaven voor zaken die de dief doet met haar Visakaart. Ze is jaloers op de activiteiten die de dief allemaal doet, en ze gaat er achteraan. Ze ontmoet de dievegge en ze vindt het een prachtige vrouw. Het is iemand die elke dag iets nieuws probeert en vaak mislukt. Maar af en toe lukt er één dingetje en dat blijft ze doen. De rest vergeet ze zonder spijt te hebben. De aflevering was heel grappig, dat hoort zo bij een sitcom. Maar ik heb ze altijd onthouden omdat ik jaloers was op de dief.
Mijn psychologe heeft mij dit allemaal ingefluisterd. Ze zei: probeer zeven dingen en als ééntje lukt kan je blij zijn. Je moet geen spijt hebben dat je de zes andere probeerde en faliekant mislukte. Vergeet ze en hou de zevende vol. Dan heb je er ééntje dat je plezier brengt en van de anderen weet je dat je het niet kan. We hebben een lijstje gemaakt van dingen die ik wou doen, maar niet durfde. Ik ben uiteindelijk niet in een helicopterclub gegaan, maar wel in een schuttersvereniging. Ik ben niet opnieuw DJ geworden, maar ik ben wellicht wel een beetje onderweg. Dat ik een Mindfulness CD en een yogamatje in huis zou halen, dat had ik nooit verwacht. Mijn vaste donderdag was ook een opdracht van de psychologe. Ik ben haar eeuwig dankbaar.
zaterdag 5 november 2011
Stress
Ja, hier heb je hem weer met een grafiekje. Maar den deze heeft me toch wel even beziggehouden.
Dit is het verloop van mijn bloedsuikerwaarde van gisteren. De blauwe lijn geeft de metingen weer van de sensor, die meet elke 5 minuten. De zwarte bollen die je ziet zijn metingen die ik met een vingerprik heb gedaan. En ik heb er wel wat gedaan omdat ik dacht dat mijn sensor aan het flippen was. Maar zoals je ziet, het zit er niet zo ver naast.
Normaal zal de bloedsuiker stijgen na een maaltijd. Dan krijg je dus een berg in de grafiek. Maar de grote berg die je ziet was gisteren om 16u gestart en dat was al enkele uren na mijn middageten, en lang voor mijn avondmaal. Het avondmaal is trouwens het tweede bergje na 20u. Die grote berg hoort er dus helemaal niet thuis. Normaal moet dat ongeveer een vlakke lijn zijn, of moet het toch op zijn minst in de groene zone zitten. Er was ook niks mis met mijn insulinepomp want dat heb ik gecheckt.
Het kwam dus door stress. De hoogste meting zit boven de 200, terwijl ik op dat moment van de dag een kleine 100 verwacht. Het doet me vooral stilstaan bij de vraag wat je hier mee aan moet. Ik heb extra insuline ingespoten, en de berg is dan gezakt. Maar dat kan de bedoeling niet zijn natuurlijk.
Het is iets wat algemeen wel wat aanvaard wordt. Druk op het werk, ergernissen omdat er vanalles fout loopt, en in mijn geval vaak onmacht omdat ik er vaak niets aan kan veranderen.
Dat is natuurlijk allemaal niet nieuw, en ik weet best dat stress slecht is voor je gezondheid. Ik denk dat iedereen dat wel weet, maar over 't algemeen schijnen we dat toch als normaal te bestempelen.
Alleen, toen ik deze grafiek zag, werd ik wel even keihard met de neus op de feiten gedrukt. Ik moet best wel moeite doen om mijn bloedsuiker onder controle te houden. Maar wat als al die moeite niks uithaalt omdat er weer teveel stress in mijn job zat.
Ik stel me zeer ernstige vragen. Ik vraag me serieus af of ik dat nog wel wil toelaten. Ik weet eigenlijk het antwoord, maar het probleem is natuurlijk dat je dit soort zaken niet op 1,2,3 oplost. Duidelijk is in elk geval dat dit er serieus over is.
Dit is het verloop van mijn bloedsuikerwaarde van gisteren. De blauwe lijn geeft de metingen weer van de sensor, die meet elke 5 minuten. De zwarte bollen die je ziet zijn metingen die ik met een vingerprik heb gedaan. En ik heb er wel wat gedaan omdat ik dacht dat mijn sensor aan het flippen was. Maar zoals je ziet, het zit er niet zo ver naast.
Normaal zal de bloedsuiker stijgen na een maaltijd. Dan krijg je dus een berg in de grafiek. Maar de grote berg die je ziet was gisteren om 16u gestart en dat was al enkele uren na mijn middageten, en lang voor mijn avondmaal. Het avondmaal is trouwens het tweede bergje na 20u. Die grote berg hoort er dus helemaal niet thuis. Normaal moet dat ongeveer een vlakke lijn zijn, of moet het toch op zijn minst in de groene zone zitten. Er was ook niks mis met mijn insulinepomp want dat heb ik gecheckt.
Het kwam dus door stress. De hoogste meting zit boven de 200, terwijl ik op dat moment van de dag een kleine 100 verwacht. Het doet me vooral stilstaan bij de vraag wat je hier mee aan moet. Ik heb extra insuline ingespoten, en de berg is dan gezakt. Maar dat kan de bedoeling niet zijn natuurlijk.
Het is iets wat algemeen wel wat aanvaard wordt. Druk op het werk, ergernissen omdat er vanalles fout loopt, en in mijn geval vaak onmacht omdat ik er vaak niets aan kan veranderen.
Dat is natuurlijk allemaal niet nieuw, en ik weet best dat stress slecht is voor je gezondheid. Ik denk dat iedereen dat wel weet, maar over 't algemeen schijnen we dat toch als normaal te bestempelen.
Alleen, toen ik deze grafiek zag, werd ik wel even keihard met de neus op de feiten gedrukt. Ik moet best wel moeite doen om mijn bloedsuiker onder controle te houden. Maar wat als al die moeite niks uithaalt omdat er weer teveel stress in mijn job zat.
Ik stel me zeer ernstige vragen. Ik vraag me serieus af of ik dat nog wel wil toelaten. Ik weet eigenlijk het antwoord, maar het probleem is natuurlijk dat je dit soort zaken niet op 1,2,3 oplost. Duidelijk is in elk geval dat dit er serieus over is.
vrijdag 4 november 2011
100
Mijn blog is jarig! Dit is de honderste pagina die ik ingeef. Het voelt een beetje raar, want ik had niet verwacht dat het iets voor mij zou zijn. Maar schijnbaar doe ik dat toch graag en de mensen die het lezen, lezen het precies ook graag.
Daar was het me niet om te doen, ik wou vooral mijn ei kwijt, zoals dat heet. En er zijn al wat eieren gepasseerd! Ik weet dat het nog niet zoveel voorstelt, 100 dagen. Maar ik ben er stiekem wel een beetje trots op. Nee, niet stiekem. Dat mag ik niet meer van mijn vroegere psychologe. Je moet gewoon trots zijn, niet stiekem trots. Daar heb je niks aan, beweerde zij.
Maar dat mensen het ook echt lezen, is natuurlijk wel leuk. Maar als het niet zo was, zou ik het toch blijven doen, denk ik. Voor mij is het vooral een moment van de dag voor mezelf. In de cursus mindfulness hebben we een soort van dagmeditatie aangeleerd. Het komt erop neer dat je even je dag overloopt in je hoofd, en de goeie dingen opzoekt. De slechte dingen mag je laten bestaan en er bewust van zijn. Maar de goeie vergeet je zo gauw als je het moment niet herbeleeft. En dat doe ik met een dagboek, een blog.
Wat dus niet wil zeggen dat er altijd enkel leuke dingen passeren, dat heb je wellicht ook gemerkt. Maar de minder leuke dingen kan ik van me af schrijven, en het geeft een gevoel van opluchting.
Het wil ook niet zeggen dat elke dag per se tijdsgebonden is. Ik kan vandaag een idee of een emotie hebben en daar misschien binnen enkele weken een blog over schrijven. En vaak helemaal niet, als het niet de moeite is. Die voorlopige ideetjes hou ik bij in een draft blogpagina, dat is een voorlopig kladblaadje met enkel wat trefwoorden.
Maar ik denk dus dat ik het nog een klein beetje ga blijven doen. En ik hoop dat mensen het ook nog efkes blijven lezen. Zoniet hou ik toch koppig vol. Nè ;-)
Daar was het me niet om te doen, ik wou vooral mijn ei kwijt, zoals dat heet. En er zijn al wat eieren gepasseerd! Ik weet dat het nog niet zoveel voorstelt, 100 dagen. Maar ik ben er stiekem wel een beetje trots op. Nee, niet stiekem. Dat mag ik niet meer van mijn vroegere psychologe. Je moet gewoon trots zijn, niet stiekem trots. Daar heb je niks aan, beweerde zij.
Maar dat mensen het ook echt lezen, is natuurlijk wel leuk. Maar als het niet zo was, zou ik het toch blijven doen, denk ik. Voor mij is het vooral een moment van de dag voor mezelf. In de cursus mindfulness hebben we een soort van dagmeditatie aangeleerd. Het komt erop neer dat je even je dag overloopt in je hoofd, en de goeie dingen opzoekt. De slechte dingen mag je laten bestaan en er bewust van zijn. Maar de goeie vergeet je zo gauw als je het moment niet herbeleeft. En dat doe ik met een dagboek, een blog.
Wat dus niet wil zeggen dat er altijd enkel leuke dingen passeren, dat heb je wellicht ook gemerkt. Maar de minder leuke dingen kan ik van me af schrijven, en het geeft een gevoel van opluchting.
Het wil ook niet zeggen dat elke dag per se tijdsgebonden is. Ik kan vandaag een idee of een emotie hebben en daar misschien binnen enkele weken een blog over schrijven. En vaak helemaal niet, als het niet de moeite is. Die voorlopige ideetjes hou ik bij in een draft blogpagina, dat is een voorlopig kladblaadje met enkel wat trefwoorden.
Maar ik denk dus dat ik het nog een klein beetje ga blijven doen. En ik hoop dat mensen het ook nog efkes blijven lezen. Zoniet hou ik toch koppig vol. Nè ;-)
donderdag 3 november 2011
A.R. Drone
Dat is de hippe naam van een quadricopter. Een helicopter met vier schroeven. En dit is een leuke, want je kan hem besturen met je iPhone of iPad. De helicopter heeft twee camera's ingebouwd, ééntje kijkt rechtdoor en ééntje naar beneden. Op je iPhone zie je het beeld van de camera. Als je goed geoefend hebt, kan je zo door de stad vliegen:
Ik zou natuurlijk geen goede nerd zijn moest ik hem niet in huis hebben. Maar veel meer dan de katten de stuipen op het lijf jagen kan ik niet, om de leuke games te spelen moet je er dus twee hebben. Twee A.R. Drones, twee iPhones en twee idioten die daar het nut van inzien. Maar helaas, ik ben alleen...
Hoewel, nu is de redding nabij. Een nieuwe game heet A.R. Hunter. Je hebt nog maar één A.R. Drone nodig, nog wel 2 iPhones en nog steeds 2 idioten. Moi min één, dat is nog 1 idioot. Vrijwilligers zijn welkom. Hij moet bereid zijn om een idiote groen/oranje gekleurde pet op zijn hoofd te zetten, anders kan de A.R. Drone je niet herkennen.
Vrijwilligers mogen nu reageren ;-)
Ik zou natuurlijk geen goede nerd zijn moest ik hem niet in huis hebben. Maar veel meer dan de katten de stuipen op het lijf jagen kan ik niet, om de leuke games te spelen moet je er dus twee hebben. Twee A.R. Drones, twee iPhones en twee idioten die daar het nut van inzien. Maar helaas, ik ben alleen...
Hoewel, nu is de redding nabij. Een nieuwe game heet A.R. Hunter. Je hebt nog maar één A.R. Drone nodig, nog wel 2 iPhones en nog steeds 2 idioten. Moi min één, dat is nog 1 idioot. Vrijwilligers zijn welkom. Hij moet bereid zijn om een idiote groen/oranje gekleurde pet op zijn hoofd te zetten, anders kan de A.R. Drone je niet herkennen.
Vrijwilligers mogen nu reageren ;-)
woensdag 2 november 2011
Zaal Jacob
Dat was the place to be. Na mijn outing werd ik naar deze zaal gesleurd door vrienden en familie. Want ik moest nu toch wel dringend de man van mijn leven ontmoeten.
In zaal Jacob werden eind jaren '90 elke week holebifuiven georganiseerd. De eerste herinner ik me nog levendig. We gingen met een groepje vrienden op stap. Mijn schoonzus en mijn drinkebroeder waren er ook bij. Zaal Jacob was de eerste stop. Uiteraard werd er genoeg gelachen over mijn net verklaarde voorkeur voor hetzelfde geslacht. Maar iedereen was blij voor me en zeer enthousiast.
We komen de zaal binnen en mijn schoonzus vraagt me direct: zeg nu eens, Jan, welke jongens of mannen vind jij leuk? Ik kijk eventjes rond en zie een bloem van een jong kereltje staan. Hij staat ver af, maar ik zie direct dat dat mijn ding was. Ik wijs hem aan, en mijn gezelschap schiet spontaan in een slappe lach. Het was dus een meisje! Hilariteit alom. Nogmaals moest ik de mensen overtuigen dat ik dus wel degelijk homo was. Het was gewoon zo donker in de zaal, dat ik dit kleine detail over het hoofd had gezien.
Omdat ik het dus niet in me had om naar iemand toe te stappen en te zeggen: hey, how you doin' , besluit mijn schoonfamilie om me een zetje te geven. Ze botst letterlijk tegen een jongeman aan die aan de bar een bestelling staat te plaatsen en ze raken aan de praat. Ze wijst mij aan en zegt een paar woorden. Wellicht iets in de stijl van: dat is mijn schoonbroer, wat denk je van hem? De moeite hé? Allee, ik weet het niet. Ik was er niet bij, ik bekeek het vanop een afstand.
Maar de jongeman bleek nen helen toffe kerel te zijn. Hij verliet wekelijks zijn geboortedorp bij Hasselt om een feestje te bouwen in de grote stad. Ik leerde een grote groep mensen kennen die allemaal net datzelfde deden. Feestjes bouwen in zaal Jacob. En ze waren geweldig, die feestjes. Ook mijn drinkebroeder was er weg van. Hij had het niet voor de mannen, maar zij wel voor hem! Om 12u moest ie steevast vluchten naar de toog. Want dan was het La Bamba tijd.
Die jongeman is dus mijn eerste vriend geworden. We zijn een maand samen geweest en toen vond hij het wel genoeg. Ikke gedumpt! Maar in zijn vriendenkring zat een heel schoon ventje. Die ken ik ondertussen al 12 jaar redelijk goed :-)
Trouwens, met mijn drinkebroeder bezocht ik ook andere homocafé's. Ik herinner me dat we ooit naar het Hessenhuis gingen. De buitenwipper sprak ons aan en probeerde voorzichtig uit te leggen dat het een soort café was waar mannen andere mannen opzochten. Waarop ik in de lach schoot en zei dat ik dat ook zocht. In 't vervolg draag ik een strakke roze t-shirt zonder mouwen.
Maar het waren mooie tijden. Zowel het Hessenhuis als zaal Jacob. Ik moet zeggen, die "van de familie" weten echt wel hoe je een feestje moet bouwen.
In zaal Jacob werden eind jaren '90 elke week holebifuiven georganiseerd. De eerste herinner ik me nog levendig. We gingen met een groepje vrienden op stap. Mijn schoonzus en mijn drinkebroeder waren er ook bij. Zaal Jacob was de eerste stop. Uiteraard werd er genoeg gelachen over mijn net verklaarde voorkeur voor hetzelfde geslacht. Maar iedereen was blij voor me en zeer enthousiast.
We komen de zaal binnen en mijn schoonzus vraagt me direct: zeg nu eens, Jan, welke jongens of mannen vind jij leuk? Ik kijk eventjes rond en zie een bloem van een jong kereltje staan. Hij staat ver af, maar ik zie direct dat dat mijn ding was. Ik wijs hem aan, en mijn gezelschap schiet spontaan in een slappe lach. Het was dus een meisje! Hilariteit alom. Nogmaals moest ik de mensen overtuigen dat ik dus wel degelijk homo was. Het was gewoon zo donker in de zaal, dat ik dit kleine detail over het hoofd had gezien.
Omdat ik het dus niet in me had om naar iemand toe te stappen en te zeggen: hey, how you doin' , besluit mijn schoonfamilie om me een zetje te geven. Ze botst letterlijk tegen een jongeman aan die aan de bar een bestelling staat te plaatsen en ze raken aan de praat. Ze wijst mij aan en zegt een paar woorden. Wellicht iets in de stijl van: dat is mijn schoonbroer, wat denk je van hem? De moeite hé? Allee, ik weet het niet. Ik was er niet bij, ik bekeek het vanop een afstand.
Maar de jongeman bleek nen helen toffe kerel te zijn. Hij verliet wekelijks zijn geboortedorp bij Hasselt om een feestje te bouwen in de grote stad. Ik leerde een grote groep mensen kennen die allemaal net datzelfde deden. Feestjes bouwen in zaal Jacob. En ze waren geweldig, die feestjes. Ook mijn drinkebroeder was er weg van. Hij had het niet voor de mannen, maar zij wel voor hem! Om 12u moest ie steevast vluchten naar de toog. Want dan was het La Bamba tijd.
Die jongeman is dus mijn eerste vriend geworden. We zijn een maand samen geweest en toen vond hij het wel genoeg. Ikke gedumpt! Maar in zijn vriendenkring zat een heel schoon ventje. Die ken ik ondertussen al 12 jaar redelijk goed :-)
Trouwens, met mijn drinkebroeder bezocht ik ook andere homocafé's. Ik herinner me dat we ooit naar het Hessenhuis gingen. De buitenwipper sprak ons aan en probeerde voorzichtig uit te leggen dat het een soort café was waar mannen andere mannen opzochten. Waarop ik in de lach schoot en zei dat ik dat ook zocht. In 't vervolg draag ik een strakke roze t-shirt zonder mouwen.
Maar het waren mooie tijden. Zowel het Hessenhuis als zaal Jacob. Ik moet zeggen, die "van de familie" weten echt wel hoe je een feestje moet bouwen.
dinsdag 1 november 2011
Allerheiligen
Het is een speciale dag. Niet omdat de klassieke betekenis van de Katholieke Kerk mij zo aanspreekt, maar het is nu eenmaal een gewoonte. Ik ga elk jaar naar het graf van mijn vader. En sinds een aantal jaren ben ik al een week op voorhand aan het piekeren of ik naar het graf van mijn ex-collega en vriend Maarten ga.
Tijdens het jaar ga ik af en toe eens langs. Niet dat ik gelovig ben, ik geloof niet dat hij naar een betere plek is heengegaan. Het zou wel gemakkelijker zijn, dan zou ik misschien troost vinden dat hij het nu goed maakt. Maar dat is niet zo.
Ik geloof ook niet dat hij kan horen wat ik zeg, hij antwoordt ook niet. Ik vind er geen verlichting en het maakt niet uit of ik daar nu naartoe ga of niet. Hij kan mijn bloemstuk niet zien en het kaartje kan ie niet lezen. En toch ga ik er naartoe. Ik ga op de bank zitten en ik word rustiger. Vaak ga ik er langs als het wat moeilijk gaat, vroeger kon ik dan zagen tegen Maarten dat er me iets dwarszat. Dan luisterde hij, en het luchtte op. Want hij had maar één woord nodig om mij te begrijpen. Soms zelfs geen enkel. Meestal wist hij wel wat er aan de hand was, voor ik nog maar een woord gezegd had. En andersom was het ook zo. Hij kon een gezicht opzetten, een uitleg doen om te zeggen dat alles OK was. Maar alleen de manier waarop zei vaak meer dan de camouflerende uitleg.
Een slimme madam heeft me gezegd dat dat misschien wel de manier is. Vroeger hadden we soms geen woorden nodig om iets te begrijpen. Misschien is dat nu nog zo. Ik heb geen woorden nodig, want die hoort ie toch niet meer. Maar die waren vroeger ook niet nodig. Misschien dat het daarom helpt. Dat het daarom nog altijd een opluchting is als ik er naartoe ga. Ik kan vanalles vertellen en soms doe ik dat ook. Hij hoort het niet, maar so what. Het lucht nog altijd op.
Maar ik hou dus niet van deze feestdag. Het voelt als een verplichting. We gaan nu eventjes naar daar, plaatsen een bloemstuk op een graf en we kunnen er tegen voor een jaar.
En ik zit dus steeds op voorhand te piekeren. Moet ik nu gaan vandaag? Ik moet toch een bloemstukje zetten met een kaartje op. Dan weten de andere mensen dat ik nog wel aan hem denk. Het kan me eigenlijk niet zoveel schelen. Ik ben er een paar keer naartoe geweest als er andere mensen waren. Familie of vrienden. Heel vervelend is dat. Iemand vroeg me of ik even alleen wou zijn aan het graf. Dat kan ik niet, dat is geforceerd en ik voel me bekeken.
Ik ben dan ook de laatste jaren niet langsgeweest op Allerheiligen. Vandaag ook niet. De komende week ga ik een bloemstuk zetten en op mijn gemak op de bank zitten. Net zoals ik dat op een normale dag tijdens het jaar soms ook doe. Geen gedoe.
Tijdens het jaar ga ik af en toe eens langs. Niet dat ik gelovig ben, ik geloof niet dat hij naar een betere plek is heengegaan. Het zou wel gemakkelijker zijn, dan zou ik misschien troost vinden dat hij het nu goed maakt. Maar dat is niet zo.
Ik geloof ook niet dat hij kan horen wat ik zeg, hij antwoordt ook niet. Ik vind er geen verlichting en het maakt niet uit of ik daar nu naartoe ga of niet. Hij kan mijn bloemstuk niet zien en het kaartje kan ie niet lezen. En toch ga ik er naartoe. Ik ga op de bank zitten en ik word rustiger. Vaak ga ik er langs als het wat moeilijk gaat, vroeger kon ik dan zagen tegen Maarten dat er me iets dwarszat. Dan luisterde hij, en het luchtte op. Want hij had maar één woord nodig om mij te begrijpen. Soms zelfs geen enkel. Meestal wist hij wel wat er aan de hand was, voor ik nog maar een woord gezegd had. En andersom was het ook zo. Hij kon een gezicht opzetten, een uitleg doen om te zeggen dat alles OK was. Maar alleen de manier waarop zei vaak meer dan de camouflerende uitleg.
Een slimme madam heeft me gezegd dat dat misschien wel de manier is. Vroeger hadden we soms geen woorden nodig om iets te begrijpen. Misschien is dat nu nog zo. Ik heb geen woorden nodig, want die hoort ie toch niet meer. Maar die waren vroeger ook niet nodig. Misschien dat het daarom helpt. Dat het daarom nog altijd een opluchting is als ik er naartoe ga. Ik kan vanalles vertellen en soms doe ik dat ook. Hij hoort het niet, maar so what. Het lucht nog altijd op.
Maar ik hou dus niet van deze feestdag. Het voelt als een verplichting. We gaan nu eventjes naar daar, plaatsen een bloemstuk op een graf en we kunnen er tegen voor een jaar.
En ik zit dus steeds op voorhand te piekeren. Moet ik nu gaan vandaag? Ik moet toch een bloemstukje zetten met een kaartje op. Dan weten de andere mensen dat ik nog wel aan hem denk. Het kan me eigenlijk niet zoveel schelen. Ik ben er een paar keer naartoe geweest als er andere mensen waren. Familie of vrienden. Heel vervelend is dat. Iemand vroeg me of ik even alleen wou zijn aan het graf. Dat kan ik niet, dat is geforceerd en ik voel me bekeken.
Ik ben dan ook de laatste jaren niet langsgeweest op Allerheiligen. Vandaag ook niet. De komende week ga ik een bloemstuk zetten en op mijn gemak op de bank zitten. Net zoals ik dat op een normale dag tijdens het jaar soms ook doe. Geen gedoe.
Abonneren op:
Posts (Atom)
